Spreek!

BIJBELSTUDIES / PREKEN

10.8.03

 
Heersen of dienen?
Lezen: Richteren 9: 1-15

1 Abimelek nu, de zoon van Jerubbaäl, begaf zich naar Sichem naar de broeders zijner moeder en hij zeide tot hen en tot het gehele geslacht van de familie zijner moeder: 2 Spreekt toch ten aanhoren van al de burgers van Sichem: wat is voor u het beste, dat zeventig mannen over u heersen, al de zonen van Jerubbaäl, of dat één man over u heerst? En bedenkt, dat ik uw eigen vlees en bloed ben. 3 Toen zeiden de broeders zijner moeder dit alles over hem ten aanhoren van al de burgers van Sichem, en dezen kozen partij voor Abimelek, want zij zeiden: Hij is onze broeder. 4 Daarop gaven zij hem zeventig zilverstukken uit de tempel van Baäl-Berit, en Abimelek huurde daarmee lichtzinnige en vermetele mannen, die hem volgden; 5 en gekomen in het huis van zijn vader te Ofra, doodde hij zijn broeders, de zonen van Jerubbaäl, zeventig man, op één steen. Maar Jotam, de jongste zoon van Jerubbaäl, bleef gespaard, want hij had zich verborgen.
6 Toen verzamelden zich al de burgers van Sichem en geheel Bet-Millo, gingen heen en riepen Abimelek tot koning uit bij de terebint van het gedenkteken te Sichem.
7 Toen men dit aan Jotam had meegedeeld, ging hij bovenop de berg Gerizim staan, verhief zijn stem en riep hun toe: Luistert naar mij, gij burgers van Sichem, en God zal naar u luisteren. 8 Eens begaven de bomen zich op weg om een koning over zich te zalven en zij zeiden tot de olijfboom: wees toch koning over ons! 9 Maar de olijfboom zeide tot hen: zou ik de vettigheid prijsgeven, welke God en mensen in mij eren, om te gaan zweven boven de bomen? 10 Toen zeiden de bomen tot de vijgeboom: welaan, wees gij koning over ons! 11 Maar de vijgeboom zeide tot hen: zou ik mijn zoetigheid prijsgeven en mijn goede vruchten, om te gaan zweven boven de bomen? 12 Toen zeiden de bomen tot de wijnstok: welaan, wees gij koning over ons! 13 Maar de wijnstok zeide tot hen: zou ik mijn most prijsgeven, die God en mensen vrolijk maakt, om te gaan zweven boven de bomen? 14 Toen zeiden al de bomen tot de doornstruik: welaan, wees gij koning over ons! 15 En de doornstruik zeide tot de bomen: indien gij mij werkelijk tot koning over u wilt zalven, komt dan en schuilt in mijn schaduw; maar zo niet, dan zal er vuur uitgaan van de doornstruik en de ceders van de Libanon verslinden.


Inleiding
Een opmerkelijke fabel middenin het boek Richteren! Ik las dit gedeelte een tijdje geleden min of meer 'toevallig'. Ik printte het uit en bewaarde het om er later iets mee te kunnen doen. Voor deze preek heb ik het boek Richteren in z'n geheel gelezen - en ik moet u zeggen dat ik bijbelboeken ken die meer tot mijn hart spreken! Toch vind ik het de moeite waard om - naar aanleiding van dit gedeelte - stil te staan bij de tijd en de omstandigheden van het volk Israël in de periode van Richteren / Rechters. Het is immers van belang dit gedeelte in de context te plaatsen, anders trekken we de verkeerde conclusies!

In ieder geval mogen we voorzichtig de conclusie trekken dat het gedeelte uit Richteren te maken heeft met ambitie, heerszucht en dienstbaarheid. Vanmorgen kunnen we nadenken over hoe men in oudtestamentische tijden tegen leiderschap aankeek, maar bovenal wil ik met u stilstaan bij de betekenis van het leven onder Gods gezag en nieuwtestamentische gehoorzaamheid en toewijding aan God.

DE HOOFDROLSPELERS VAN DEZE GESCHIEDENIS

Abimelek, zoon van Jerubbaal (de koning is mijn vader). Jerubbaal was een andere naam van Gideon, de bekende bijbelse held. Abimelek was de zoon van één van Gideons vrouwen. Hij was niet de opvolger als stamhouder. Gideon is - met Simson - de bekendste richter. Met behulp van zijn familie aan moederskant, heeft Abimelek in het voorafgaande gedeelte 70 (!) (half)broers vermoord. Laat dit even tot u doordringen. We hebben hier te maken met een type als Saddam Hoessein: een man die over lijken gaat om zijn macht te krijgen en te houden.

Alleen Jotam, de verteller van de fabel over de bomen, heeft het bloedbad overleefd, omdat hij zich verstopt had. Abimelek heeft de ambitie om koning te worden - bedenk wel: we zitten hier in de periode voor het koningschap van Saul. Abimelek weet zijn naaste bloedverwanten, de burgers van Sichem, ervan te overtuigen dat het beter is om door één koning geregeerd te worden dan door zovele zonen van Gideon. Natuurlijk vindt hij zichzelf de beste kandidaat. Abimelek laat door deze heerszuchtige houding zien dat hij in het geheel niet lijkt op zijn vader Gideon. Lees maar met me mee uit het vorige hoofdstuk:

De mannen van Israël nu zeiden tot Gideon: Heers over ons, zowel gij als uw zoon en uw kleinzoon, want gij hebt ons uit de macht van Midjan verlost. 23 Doch Gideon antwoordde hun: Ik zal over u niet heersen en ook mijn zoon zal over u niet heersen, de HERE zal over u heersen. (Richteren 8:22,23 : 22)

Israël is in deze periode een verdeeld volk. Het gaat goed zolang het volk leeft in gehoorzaamheid aan God, maar keer op keer geven zij er de voorkeur aan hun eigen wegen te volgen. Keer op keer staan er mensen op die denken dat zij het beter weten dan God. Abimelek is één van hen.

Jotam is zoals gezegd de enige overlevende na de slachtpartij die Abimelek onder zijn 70 broers heeft aangericht. Het is altijd goed om de betekenis van bijbelse namen op te zoeken, want vaak geeft die naam al inzicht in de persoonlijkheid van de naamdrager. De naam Jotam betekent: JHWH is perfect. Daar gaat al een heel ander getuigenis vanuit!

Jotam loopt uiteraard groot gevaar met een halfbroer als Abimelek. Hij vertelt deze fabel om de burgers van Sichem te waarschuwen voor Abimelek. Hij doet dit op een versluierde manier, maar de goede verstaander weet heel goed wat hij bedoelt. De fabel van Jotam doet in dit opzicht denken aan de gelijkenissen die Jezus vertelde. Ook toen konden de goede verstaanders de betekenis achter de woorden raden. Maar het kwam ook voor dat het verhaal helemaal niet in één keer begrepen werd. Vaak begreep men pas achteraf wat er met de woorden van de gelijkenis bedoeld was.

Ook hier wordt pas later in de geschiedenis duidelijk dat de woorden van Jotam profetisch zijn. Jotam wil de burgers van Sichem waarschuwen. Abimelek zal een vreselijk heerser zijn - een heerser die geen bescherming biedt, maar een gevaar is voor zijn eigen broeders. Eigenlijk spreekt Jotam hier een oordeel, een vloek uit over de burgers van Sichem en hun zelfbenoemde heerser. Men slaat zijn waarschuwing echter in de wind en Abimelek brengt zijn broeders niets dan ellende en komt drie jaar later zelf ook op een ellendige, vernederende manier aan zijn einde. Een typisch voorbeeld van hoogmoed die voor de val komt. Abimelek is het zoveelste voorbeeld van menselijke hoogmoed en onvermogen.

We zullen niet te veel woorden vuilmaken aan deze man en aan deze gruwelijke geschiedenis. Laten we met elkaar iets meer nadenken over de context, over de donkere tijd van de Richteren en - bovenal - laten we ons afvragen wat we met onze inzichten doen in deze - eveneens duistere tijd!

Zoals aangekondig wil ik met u stilstaan bij de achtergronden van het boek Richteren. Daarna zal ik met u vijf belangrijke conclusies trekken met betrekking tot:

1. Het belang van de wereld en het belang van God
2. Het belang van onderlinge eenheid
3. Het belang van oprecht berouw
4. Het belang van onderwerping aan God
5. Het belang van bevrijding

DE CONTEXT VAN DEZE GESCHIEDENIS

Doel: tonen dat God met zekerheid zal oordelen over de zonde. Even zeker zal Hij vergevend en genadig zijn voor mensen die berouw tonen en hun heil bij Hem zoeken.

Schrijver: mogelijk Samuël - hier is geen zekerheid over. Wellicht is het ook een bundeling van (helden)verhalen uit allerlei bronnen.

Tijd: De periode na Jozua, de held die het beloofde land voor Gods volk heeft veroverd. 1375-1050 v. Chr. (van de eerste Rechter, genaamd Otniël tot Saul, de eerste koning). Mogelijk overlappen de geschiedenissen elkaar geheel of gedeeltelijk.

Plaats en omstandigheden: het land Kanaän, het latere Israël. God had zijn volk bijgestaan tijdens de verovering van het beloofde land. Israël moest volledig afrekenen met de bevolking, maar men had half werk geleverd. In onze oren klinkt dit verschrikkelijk - het waren dan ook vreselijke tijden. De bijbel laat zien dat de oorspronkelijke inwoners van het land kwaad deden in de ogen van God. Israël moest zich volledig ontdoen van het kwaad. Halfslachtig zijn en heulen met de vijand was een groot gevaar. Hier zit al een les voor ons: je kunt wel in het beloofde land zijn, maar je moet het ook in bezit nemen en de rijkdom claimen - anders leef je al gauw weer in bezet gebied en word je opnieuw een slaaf van de zonde.

Sleutelvers: In die dagen was er geen koning is Israël; ieder deed wat goed was in zijn ogen. (17:6)

Rechters is een boek over helden: 12 mannen en vrouwen die Israël verlosten van onderdrukkers. Het waren dappere verlossers. Deze rechters waren verre van volmaakt, maar zij onderwierpen zich in ieder geval met al hun gebreken aan God en God gebruikte hen. Rechters is ook een boek over zonde en de gevolgen van zonde.

Het boek Jozua sluit af met de verklaring van het hele volk dat zij God zullen volgen en onder zijn zegen in het beloofde land zullen wonen. Maar: nadat het volk zich in het land Kanaän gevestigd heeft, vergeet men deze belofte.

Dat is het tragische, terugkerende verhaal! En men was zo goed begonnen in de dagen van Jozua die gezegd had:

Maar ik en mijn huis, wij zullen de HERE dienen!

Toen antwoordde het volk en zeide: Het zij verre van ons, de HERE te verlaten en andere goden te dienen. Want de HERE is onze God. Hij is het, die ons en onze vaderen uit Egypte heeft gevoerd, uit het diensthuis, en die voor onze eigen ogen grote tekenen gedaan heeft, en ons behoed heeft op heel de weg die wij gingen, en onder alle volken door wier midden wij trokken. De HERE dreef alle volken en de Amorieten, de bewoners van dit land, voor ons uit. Ook wij zullen de HERE dienen, want Hij is onze God.
Doch Jozua zeide tot het volk: Gij zult niet in staan zijn de HERE te dienen, want Hij is een heilig God. Hij is een naijverig God. Hij zal uw overtreding en uw zonden niet vergeven. Wanneer gij de HERE verlaat en vreemde goden dient, dan zal Hij Zich omwenden, u kwaad doen en verdelgen, nadat Hij u heeft welgedaan. Het volk zeide echter tot Jozua: Neen, maar de HERE zullen wij dienen. Daarop zeide Jozua tot het volk: Gij zijt getuigen tegen uzelf, dat gij u de HERE verkoren hebt, om Hem te dienen. Toen zeiden zij: Wij zijn getuigen!
(Jozua 24:15-22)


Wat hebben wij mensen toch een grote mond en wat zijn wij toch kort van memorie!

Na de dood van Jozua en de oudsten ontstaat er een vacuüm. Er is geen sterke leider meer en er is geen centrale regering in het land. Israël ging niet een tijd van voorspoed en zegen tegemoet, maar een donkere tijd vol ellende. De bijbel versluiert dit niet!

De verklaring voor het snelle verval: zonde. De eerste zonde hebben we al genoemd: het niet volledig afrekenen met de vijand, maar onderlinge vermenging en overname van afgodendienst. Een ieder deed wat goed was in zijn eigen ogen…

Al gauw worden de Israëliërs opnieuw gevangenen en horigen. God staat toe dat allerlei vijanden het volk terroriseren. Steeds roepen de Israëlieten vanuit hun ellende wanhopig tot God om uitredding. Omdat God trouw blijft aan zijn belofte, en vanuit zijn goedertierenheid, liet God steeds een rechter opstaan vanuit het volk en die stelde dan orde op zaken. Zolang de rechter leefde, ging het goed. Daarna was er steeds weer verval. Datzelfde patroon zien we later ook bij de koningen. Het volk werd er letterlijk niets wijzer van. De mens is niet in staat om zichzelf te redden!

Het boek Rechters / Richteren omspant een periode van 325 jaren, 6 opeenvolgende perioden van onderdrukking en bevrijding, met 12 rechters. De onderdrukkers waren de Mesopotamiërs, de Moabieten, de Filistijnen, de Kanaänieten, de Midianieten en de Amonieten. Allerlei verlossers, dappere strijders, voerden het volk aan naar bevrijding en ware aanbidding. God toont eindeloos geduld met het volk.

Veel hoofdstukken lees je met afgrijzen. Als er een televisieserie van gemaakt zou worden dan verschenen er zeker veel waarschuwende symbooltjes in beeld: alles wat mensen aan grofheid, wreedheid en gewelddadigheid kunnen bedenken, komt in dit boek voor. De bijbel gaat niet over een andere planeet. De bijbel laat de harde werkelijkheid zien en deze is in veel opzichten vergelijkbaar met de huidige situatie in het midden oosten. Weer proberen we alle problemen zelf op te lossen, weer gaan we onze zelfgekozen leiders achterna… Kun je uit zo'n donker boek wel goede dingen halen?

DE LESSEN UIT DEZE GESCHIEDENIS

1. DE BELANG VAN DE WERELD EN HET BELANG VAN GOD

Laat de wereld je niet afbrengen van je taak als volgeling van Christus (de wereld voor Christus winnen)
Het volk liet zich in slaap sussen en werd dan steeds verder ingepakt door de vijand. Men woonde tussen de vijand in (vandaag leven wij ook op bezet gebied). Men liet zich afbrengen van de opdracht (het hele land voor God claimen) en men nam de slechte gewoonten, de zonden van de vijand over.
Het is aantrekkelijk om de wereld te volgen. De samenleving heeft afvallige gelovigen veel te bieden: rijkdom, acceptatie, erkenning, macht en invloed. Als God ons een opdracht geeft, moeten wij die opdracht niet laten mislukken vanwege onze liefde voor de wereld en onze hang naar erkenning. We moeten het oog gericht houden op Christus, onze Rechter en Verlosser.

2. HET BELANG VAN ONDERLINGE EENHEID

Wees niet onderling verdeeld en eigenwijs, geef de tegenstander niet de gelegenheid om ons uit te schakelen. Israël was een verdeeld volk. De stammen trokken niet samen op, maar gingen ieder hun eigen gang. Onafhankelijkheid werd meer gewaardeerd dan saamhorigheid. United we stand, divided we fall…
Ieder deed wat goed was in zijn ogen. Een treffende beschrijving van onze situatie vandaag de dag. Men was niet één op het gebied van staat of religie. Recht en gerechtigheid waren ver te zoeken. Afgoderij en aan de mens aangepaste religie leidden tot een volledige afval van God.

Les voor ons: we kunnen moreel verval en de ondergang zien aankomen als wij iets boven God gaan stellen. Denk niet meteen aan afgodsbeelden of materiële zaken. Denk ook aan welvaart en onafhankelijkheid! Toewijding aan God moet boven alles staan, anders hebben we een afgodsbeeld opgericht. God heeft recht op onze onverdeelde aanbidding!

3 HET BELANG VAN ONDERWERPING AAN GOD

Leef niet van nederlaag naar nederlaag, maar van overwinning naar overwinning!
God liet toe dat onderdrukking en vernedering kwam. De vijand had vrij spel, omdat het volk van Israël zwak, verdeeld en toegeeflijk was. Steeds was God eropuit het volk weer tot inkeer te brengen, steeds stelde Hij hun trouw en gehoorzaamheid op de proef.
Opstand tegen God leidt tot ondergang. Een strijd die een mens nooit kan winnen! God kan een nederlaag in ons leven toelaten om ervoor te zorgen dat wij op zijn wegen terugkeren. Als alles in ons leven in puin ligt, komen we weer terug op het fundament van ons bestaan. Is God dat fundament in jouw leven? Zo'n nederlaag kan het moment zijn om orde op zaken te stellen en opnieuw te beginnen met God. God is trouw en lankmoedig!

4. HET BELANG VAN OPRECHT BEROUW

Als we gezondigd hebben, moeten we radicaal breken, onze schuld belijden en terugkeren naar God
Steeds moet het volk in diepe ellende raken alvorens men Gods hulp weer inroept. Als je het boek in één keer uitleest (en dat is goed te doen), dan ga je dat patroon herkennen. Het wordt vervelend en voorspelbaar. Dat moet het voor God ook geweest zijn. De mens is een hardnekkig, hardleers wezen. Steeds is aan Gods kant ook hetzelfde patroon te zien: Hij blijkt steeds de betrouwbare partner die zijn volk weer uit de ellende bevrijd. Mensen zouden allang het bijltje erbij neer gegooid hebben…
Afgoderij neemt ons leven in bezit wanneer we iets belangrijker gaan vinden dan God. We moeten de moderne afgoden, de idols van deze tijd, herkennen - identificeren - en hen afzweren. Keer terug naar Gods liefde en genade! Toon berouw!

5. HET BELANG VAN BEVRIJDING

Omdat het volk steeds berouw toonde, stelde God helden aan die voor verlossing zorgden. Deze helden, de Rechters, herstelden de dienst aan God en zuiverden het volk radicaal van zonde. Er is geen plaats voor halve maatregelen; zachte heelmeesters maken stinkende wonden! God laat zien dat Hij allerlei mensen kan gebruiken in zijn dienst. Het zijn niet de mensen die wij uitgekozen zouden hebben… Zij handelden dan ook niet vanuit hun eigen kracht en inzicht, maar waren geheel afhankelijk van God. Het zit ook niet in de macht van het getal. (De meerderheid heeft het doorgaans bij het verkeerde eind). Illustratief is hetgeen God tot Gideon zegt:

"Zolang er zoveel soldaten bij je zijn, geef ik Midjan niet in hun macht. De Israëlieten zouden eens de eer van de overwinning kunnen opeisen, door te denken dat ze door eigen kracht zijn bevrijd." (Rechters 6:2)

God is niet afhankelijk van onze individuele of collectieve kracht. God wil onze onverdeelde toewijding!
Echte geloofshelden weten dat zij van zichzelf zwak en zondig zijn. Zij kunnen boven de omstandigheden uitgroeien, omdat zij zich door God laten gebruiken.

Lucas 22:24-27
24 Er ontstond ook onenigheid onder hen over de vraag, wie van hen als de eerste moest gelden. 25 Hij zeide tot hen: De koningen der volken voeren heerschappij over hen en hun machthebbers worden weldoeners genoemd. 26 Doch gij niet alzo, maar de eerste onder u worde als de jongste en de leider als de dienaar. 27 Want wie is de eerste: die aanligt, of die dient? Is het niet, die aanligt? Maar Ik ben in uw midden als dienaar.

Comments: Een reactie posten

<< Home

Archives

This page is powered by Blogger. Isn't yours?