Geen hoorder, maar dader!
zondag 20 juli 2003
Lezen: Jacobus 1
'Want wie hoorder is van het woord en niet dader, die gelijkt op een man, die het gelaat, waarmede hij geboren is, in een spiegel beschouwt; want hij heeft zich beschouwd, is heengegaan en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag. (Jacobus 1:23 ,24)
1 Jakobus, een dienstknecht van God en van de Here Jezus Christus, groet de twaalf stammen in de verstrooiing.
Dit is een brief met een afzender en met ontvangers. Jakobus, jongere broer van de Here Jezus, schrijft kort - maar krachtig - aan de 12 stammen in de verstrooiing ('diaspora'). Deze brief is dus gericht aan joden. Belangrijk in het NT: genade <-> werken. Paulus legt de nadruk op het feit dat we alleen gered kunnen worden dankzij het volbrachte werk van onze Here Jezus. Voor de oppervlakkige lezer lijkt er een tegenstrijdigheid te zitten in de boodschappen van Paulus en Jacobus. Paulus benadrukt het belang van genade; Jacobus het belang van werken. Er is echter geen sprake van een tegenstelling, de waarheid wordt van 2 kanten belicht: als je behouden bent door genade, dan zijn goede werken het logische gevolg. Ook het OT stelt dat de mens zonder Gods genade verloren is en uit zichzelf niet tot iets goeds in staat is:
2 De Here ziet neder uit de hemel op de mensenkinderen, om te zien, of er een verstandig is, een, die God zoekt.
3 Allen zijn zij afgeweken, tezamen ontaard; er is niemand die goed doet, zelfs niet een. (Ps. 14:2,3).
Paulus haalt deze psalmtekst instemmend aan in zijn brief aan de Romeinen:
(Romeinen 3: 10 t/m 28)
10 …Gelijk geschreven staat: Niemand is rechtvaardig, ook niet een,
11 er is niemand, die verstandig is, niemand, die God ernstig zoekt;
12 allen zijn afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die doet wat goed is, zelfs niet een.
13 Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen;
14 hun mond is van vloek en bitterheid vol;
15 Snel zijn hun voeten om bloed te vergieten,
16 verwoesting en ellende zijn op hun wegen,
17 en de weg des vredes kennen zij niet.
18 De vreze Gods staat hun niet voor ogen.
19 Nu weten wij, dat de wet, bij al wat zij zegt, tot hen spreekt, die onder de wet zijn, opdat alle mond gestopt en de gehele wereld strafwaardig worde voor God,
20 daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen.
21 Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen,
22 en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid.
23 Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods,
24 en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.
25 Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden -
26 om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is.
27 Waar blijft het roemen dan? Het is uitgesloten. Door welke wet? Der werken? Neen, maar door de wet van geloof.
28 Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet.
Paulus en Jacobus zijn het eens over de zondige, verloren staat van de mens zonder God. Ook zijn zij het eens over het feit dat de mens alleen uit genade behouden wordt. Jacobus trekt echter de consequenties: als je tot dit inzicht gekomen bent, dan kun je niet een onveranderd mens blijven. Na het dankbaar aanvaarden van de genade, moet er een weg van levensheiliging komen. Je kunt niet stil blijven staan! Jacobus beschrijft dit proces van levensheiliging:
2 Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt,
3 want gij weet, dat de beproefdheid van uw geloof volharding uitwerkt.
4 Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet.
Je geloof in Gods genade wordt in de harde praktijk van het leven op de proef gesteld. Er komen verzoekingen op je weg. Daarover moet je niet klagen, daarover moet je je verheugen, zegt Jacobus. Echt geloof kan tegen een stootje. In de praktijk moet blijken of je trouw blijft aan God en of er vooruitgang zit in je geestelijke groei. Het is een leerproces. Maar: elke beginnende leerling is onzeker. Ben ik wel opgewassen tegen de verleidingen? Heb ik genoeg verstand? Heb ik genoeg geloof? Jacobus, de ervaren leermeester, heeft niet veel woorden nodig (i.t.t. Paulus…) om de onzekere, twijfelende volgeling van onze Here Jezus de weg te wijzen:
5 Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden.
6 Maar hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelende, want wie twijfelt, gelijkt op een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt.
7 Want zulk een mens moet niet menen, dat hij iets van de Here zal ontvangen,
8 innerlijk verdeeld als hij is, ongestadig op al zijn wegen.
Als je wijsheid (inzicht) te kort komt: vraag er dan gewoon om. God staat al klaar om het je te geven. Denk aan Salomo: het is goed om God om wijsheid te vragen. Maar als je erom vraagt, dan moet je er wel vanuit gaan dat God het je kan geven. Je moet het geschenk van God aanvaarden! Als je blijft twijfelen en blijft denken: 'ik leer het nooit, ik kan het toch niet…' dan blijkt daar geen geloof, maar ongeloof uit. Natuurlijk kun jij het niet - maar God kan het wel!
Het maakt niet uit in welke positie de genade van Christus ons aantreft. In Gods ogen is onze uitgangspositie gelijk. Niemand begint aan de race met een voorsprong, maar na de start zie je wel grote verschillen in vooruitgang. De een blijft aarzelend staan na het startschot, een ander rent te ver vooruit. Dat vraagt God niet van ons. We moeten gelovig op weg gaan - in het vertrouwen dat Hij ons leiden zal.
Laat je niet intimideren door mensen die 'hoog' of 'rijk' zijn. Voor de geestelijke reis - de levensheiliging - vormen status en bezit eerder een handicap.
Paulus zegt het zo in 1 Kor. 1:25 t/m 31
25 Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen.
26 Ziet slechts, broeders, wat gij waart, toen gij geroepen werdt: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken.
27 Integendeel, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren
om wat sterk is te beschamen;
28 en wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is, heeft God uitverkoren, dat, wat niets is, om aan hetgeen wel iets is, zijn kracht te ontnemen,
29 opdat geen vlees zou roemen voor God.
30 Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing,
31 opdat het zij, gelijk geschreven staat: Wie roemt, roeme in de Here.
Jacobus is het 100% eens met broeder Paulus. Hij relativeert de positie, de status van de natuurlijke mens. Het gaat in het christenleven niet om aanzien of materiële rijkdom. Onze hoge positie hebben we te danken aan de genade van Christus. Rijk zijn in deze wereld biedt hierbij geen voordeel voor de geestelijke reis:
9 Laat de geringe broeder roemen in zijn hoogheid,
10 maar de rijke in zijn geringheid, want als een bloem in het gras zal hij vergaan.
11 Want de zon komt op met haar hitte en doet het gras verdorren, en zijn bloem valt af en de schoonheid van haar uiterlijk verdwijnt; zo zal ook de rijke met zijn ondernemingen verwelken.
'No pain, no gain' (zonder pijn, geen vooruitgang). De trainers Paulus, Jacobus en Petrus zijn het erover eens: wees blij met beproevingen, want dit zijn groeikansen voor een volgeling van Christus.
Jacobus zegt het zo:
12 Zalig is de man, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.
Paulus zegt het zo (Hebr. 12:1-6):
1 Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding (= doorzettingsvermogen) de wedloop lopen, die voor ons ligt.
2 Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods.
3 Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt.
4 Gij hebt nog niet ten bloede toe weerstand geboden in uw worsteling tegen de zonde,
5 en gij hebt de vermaning vergeten, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt,
6 want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt.
Wat moeten we volgens broeder Paulus zelf doen tijdens de geestelijke reis?
de wedloop lopen - in beweging komen en blijven
het oog - onze aandacht - op de Here Jezus gericht houden (ons doel)
het kruis dragen dat Hij ons geeft (we delen in zijn lijden en verdragen de schande)
weerstand bieden tegen de zonde
de tuchtiging van God aanvaarden
Petrus zegt het zo (1 Petrus 4:12 en 13):
12 Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwame.
13 Integendeel, verblijdt u naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus opdat gij u ook met vreugde zult mogen verblijden bij de openbaring zijner heerlijkheid.
Christus is ons vertrekpunt (uit genade zijn we behouden) en ons doel. Hij is ook de Weg waarop wij lopen. Hij is niet een hindernis op onze weg: Hij leert ons om hindernissen te ontwijken of te nemen. God plaatst geen struikelblokken op onze weg! Wij dwalen zelf van het pad af en we zoeken de moeilijkheden op. God laat wel toe dat er tegenslagen komen. We lopen niet altijd met rugwind bergafwaarts; we moeten ook strijden en klimmen op de Weg. God laat ons sterker worden door de weerstanden. Hij geeft ons niet het kwade, maar het goede - zo maakt Jacobus duidelijk:
13 Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking.
14 Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte.
15 Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.
16 Dwaalt niet, mijn geliefde broeders.
17 Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer.
God is voor ons als de zon: Hij is er altijd, Hij schijnt altijd - maar wij leven niet altijd in zijn licht en wij ervaren niet altijd zijn warmte. Dat wil niet zeggen dat Hij er niet meer is of dat Hij veranderd is! Onze zonden kunnen ons het zicht ontnemen op Gods liefde en genade. De omstandigheden (de bewolking) kunnen zo zijn dat ons gevoel ons in de steek laat. Maar God laat ons niet in de steek! Als wij blijven geloven in zijn goedheid, dan brengt Hij ons ook door de moeilijkheden heen.
Johannes zegt het zo:
En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.
6 Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en doen de waarheid niet;
7 maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.
Je kunt niet gemeenschap met God hebben en in de duisternis blijven wandelen. Dat is een leugenachtig leven. Hoe kunnen we in gemeenschap met God leven? Door het reinigende bloed van zijn Zoon, Jezus Christus. Dit bloed reinigt van alle zonde.
Jacobus benadrukt onze unieke positie in Christus: eerstelingen van een nieuwe schepping! (Nieuwe oogst!)
18 Naar zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen.
Dit zegt Paulus ook (2 Tess. 13):
13 Maar wij behoren God te allen tijde om u te danken, door de Here geliefde broeders, dat God u als eerstelingen Zich verkoren heeft tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid.
We hebben gezien dat Jacobus zich tot de stammen in de verstrooiing richt. Paulus richtte zich tot de heidenen, maar hij zegt hetzelfde. In Romeinen 11:13-16 maakt Paulus duidelijk dat God hem het heil aan de heidenen laat verkondigen, maar dat Hij daarmee ook de naijver (jaloezie) bij de joden wil opwekken. Uit deze woorden blijkt dat God zijn volk niet voor altijd verworpen heeft. Hij wil ook hen in genade aannemen!
13 Ik spreek tot u, heidenen. Juist omdat ik apostel der heidenen ben, acht ik dit de heerlijkheid van mijn bediening,
14 dat ik zo mogelijk de naijver van mijn vlees (en bloed) mocht opwekken, en enigen uit hen behouden.
15 Want, indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden?
16 Zijn de eerstelingen heilig, dan ook het deeg, en is de wortel heilig, dan ook de takken.
(Romeinen 11:13-16)
Jacobus geeft nog een paar praktische tips voor onderweg:
19 Weet (dit) wel, mijn geliefde broeders:
TIP 1
ieder mens moet snel zijn om te horen, langzaam om te spreken, langzaam tot toorn;
20 want de toorn van een man brengt geen gerechtigheid voor God voort.
God heeft je twee oren gegeven, en maar één mond. Praat niet zoveel, luister aandachtig. Maak je niet zo snel boos, want de boosheid van mensen brengt voor God niet goeds voort!
(De toorn van God / Christus is iets anders, want dit is 100% rechtvaardige toorn. Wij kunnen niet boos worden zonder zelfverwijt).
TIP 2
21 Legt dus af alle vuilheid en alle uitwas van boosheid en neemt met zachtmoedigheid het in u geplante woord aan, dat uw zielen kan behouden.
Neem afstand van de zonde en laat de boosheid niet in je hart regeren. Weest zachtmoedig en stel jezelf onder het gezag van Gods Woord.
TIP 3
22 En weest daders des woords en niet alleen hoorders: dan zoudt gij uzelf misleiden.
Blijf niet steken in je positie van toehoorder: wat je gehoord hebt - breng dat in de praktijk. Je moet consequenties verbinden aan het feit dat je een behouden zondaar bent: nu begint de reis pas! Als je alleen maar hoort, maar geen gevolg geeft aan de oproep om Christus daadwerkelijk te volgen, dan stelt je geloof niets voor - dan heeft het geen praktische betekenis:
23 Want wie hoorder is van het woord en niet dader, die gelijkt op een man, die het gelaat, waarmede hij geboren is, in een spiegel beschouwt;
24 want hij heeft zich beschouwd, is heengegaan en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag.
Een gedachte die humoristisch overkomt. Er is iets mis met ons korte termijngeheugen als we in de spiegel van Gods Woord ontdekt hebben wat onze positie zonder en met Christus is, dan moeten we vervolgens iets met deze informatie gaan doen! De wetenschap dat je behouden bent door genade moet een praktische uitwerking hebben.
Jacobus spreekt - als een goede jood - over de wet die ons een spiegel voorhoudt, maar hij blijft niet steken in zijn spiegelbeeld. Hij ziet dat er een volmaakte wet is: die der vrijheid!
25 Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen.
Jacobus spreekt over de wet der vrijheid. Hier sluit hij prima aan bij de woorden van broeder Paulus in Galaten 3:11-13
11 En dat door de wet niemand voor God gerechtvaardigd wordt, is duidelijk; immers, de rechtvaardige zal uit geloof leven.
12 Doch bij de wet gaat het niet om geloof, maar: wie dat doet, zal daardoor leven.
13 Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt.
Christus heeft de wet volmaakt gemaakt: Hij heeft genade boven recht gegeven. Hij heeft ons door zijn kruisdood vrijgekocht van de vloek der wet. Ons behoud is geen eigen verdienste, het is de verdienste van Christus die zelf tot het eind aan Gods geboden gehoorzaam geweest is en onze zonde aan het kruis op zich genomen heeft.
Paulus zegt:
19 Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt?
20 Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam. (1 Kor. 6:19)
Als je gekocht en betaald bent, ben je dan nog van jezelf? Nee, dan ben je van je nieuwe Eigenaar. Je hoort bij God - vergeet dat niet! En Jacobus maakt duidelijk dat dit consequenties heeft. Je hoort niet bij God omdat je 'godsdienstig bent'. Je hoort bij God omdat Hij jou gekocht en betaald heeft met het bloed van zijn eigen Zoon. Als je dat beeld in de spiegel van Gods Woord gezien hebt, dan kunnen de gevolgen niet uitblijven.
Je zult de zuivere en onbevlekte godsdienst voor God in praktijk moeten brengen, niet de waardeloze godsdienst van mensen:
26 Indien iemand meent godsdienstig te zijn en daarbij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart misleidt, diens godsdienst is waardeloos.
27 Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader, is: omzien naar wezen en weduwen in hun druk en zichzelf onbesmet van de wereld bewaren.
In mijn eigen woorden samengevat:
Houd je tong in bedwang, maak jezelf niets wijs, dien God vanuit een oprecht hart, zorg voor hen die hulp behoeven en bewaar jezelf voor de vuiligheid die de wereld te bieden heeft.
1 Kor. 9: 23-27:
23 Alles doe ik ter wille van het evangelie, om er zelf ook deel aan te verkrijgen.
24 Weet gij niet, dat zij, die in de renbaan lopen, allen wel lopen, doch dat slechts een de prijs kan ontvangen? Loopt dan zo, dat gij die behaalt!
25 En al wie aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles; zij om een vergankelijke erekrans te verkrijgen, wij om een onvergankelijke.
26 Ik loop dan ook niet maar in den blinde en ik ben geen vuistvechter, die zo maar in de lucht slaat.
27 Neen, ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden.
De liefde van God, de genade van onze Here Jezus Christus en de gemeenschap door de Heilige Geest - zij met u allen. Amen!