EMG zondag 3 maart 2002
Waarom zijt gij zo bevreesd?
Welke bijbelse geschiedenissen komen bij u in gedachten als ik het onderwerp ‘angst’ noem?
Angstig, bevreesd, bang… -zijn is menselijk. Ook de dapperste helden, de sterkste kerels zijn op bepaalde momenten angstig. Alleen zeggen ze dan dat ze ‘gespannen’ of ‘nerveus’ zijn…
Het eerste verhaal waar ik aan moest denken: de storm op het meer. Deze geschiedenis is het uitgangspunt, niet het onderwerp van deze preek!
Lezen: Marcus 5:35-41
Sleuteltekst voor vandaag:Waarom zijt gij zo bevreesd? Hoe hebt gij geen geloof? En zij werden bovenmate bevreesd en zeiden tot elkander: Wie is toch deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn? (Marcus 5:40).
Verschillende soorten vrees:
Bang voor de omstandigheden (wij hebben geen controle over de wind en de golven!), angst voor zaken die je niet onder controle hebt (bij mij: vliegangst. Ik vlieg wel, maar ik ben minder bang in een auto of in een boot - terwijl dat statistisch gezien, gevaarlijker is). Je hebt het niet in eigen hand. Maar als je nuchter nadenkt, heb je de omstandigheden zelden of nooit in eigen hand. Je bent hartstikke kwetsbaar!
Ontzag voor de Meester die alles wèl onder controle heeft (Jezus is ontzagwekkend, ‘AWESOME’ noemen ze dat in het Engels…). Ineens realiseren de discipelen met Wie ze hier in de boot zitten. Hoewel, ze begrijpen op dit moment nog niet ten volle Wie Jezus is! Dit in tegenstelling tot de bezeten man, die - als ze later aan land komen - direct onderkent Wie er voor hem staat:
‘Wat hebt Gij met mij te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God?’ (Marcus 5:7).
Dit brengt ons van de lichamelijke realiteit naar de geestelijke realiteit: er woedt een strijd in de hemelse gewesten. Wij laten ons schrik aanjagen door hetgeen voor ogen is en vertrouwen ook op hetgeen voor ogen is. De Bijbel geeft daar talrijke voorbeelden van!
Uit de woorden van Jezus blijkt dat Hij bovenal verwonderd was over het gebrek aan geloof. Hij Zelf was aan boord. Waarom zouden ze bang zijn? Zou er iets kunnen gebeuren waar Hij de controle niet over had? Jezus klinkt hier verwonderd, verbaasd. In Matteüs spreekt Hij de discipelen aan als ‘kleingelovigen’. Deze angst heeft te maken met een onvolgroeid geloof. Als ze al zo bang waren voor wind en water, hoe moest dat dan als ze de geestelijke strijd gingen aanbinden? De discipelen moesten nog heel veel leren…
Jezus was uitgeput. Het is grappig dat er staat dat Hij met zijn hoofd tegen een kussen lag - Matth. 8:20
‘Maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen.’ Jezus was meegegaan
‘zoals Hij was’ (36). Een opmerkelijke formulering. Jezus was als mens niet veeleisend. Hij nam genoegen met vrijwel niets! Maar onder alle omstandigheden was Hij volmaakt zichzelf! Het is ook grappig om te zien dat het Jezus’ idee was om het meer over te steken. Zijn volgelingen volgden Hem slechts! Ook over deze geschiedenis had Hij volledig de regie in handen. Zelfs tijdens zijn slaap! Dit kan alleen maar een ‘levende gelijkenis’ geweest zijn, dit was het practicumdeel van het discipelenonderwijs! De Meester gaat even slapen, even kijken of de leerlingen het nu zelf kunnen redden…
Jezus liet zijn discipelen wel vaker schrikken:
Hij liep over het water heen:
Toen de discipelen Hem over de zee zagen gaan, werden zij verbijsterd en zeiden: Het is een spook! En zij schreeuwden van vrees. Terstond sprak Jezus hen aan en zeide: Houdt moed, Ik ben het, weest niet bevreesd! (Matth. 14:26).
Hij verscheen na zijn opstanding plotseling in hun midden: En terwijl zij hierover spraken, stond Hij zelf in hun midden; en zij werden ontzet en verschrikt en meenden een geest te aanschouwen. (Lucas 24:36,37).
Opvallende contrasten: de vredige rust van Jezus en de radeloze paniek van de leerlingen. Menselijk gezien kan je het de discipelen niet aanrekenen dat ze bang waren: de golven sloegen in het schip, zodat het schip reeds vol liep. Het gevaar was dichtbij en concreet!
Jezus lag te slapen. De rust is Hem kennelijk niet gegund, want Hij wordt wakker gemaakt. Ik vind het nooit zo leuk om wakker te worden, maar ik vind het helemaal niet leuk om wakker gemaakt te worden. Vooral als het om onbenullige redenen is (‘mogen we een snoepje pakken?’). ‘Laat me met rust!’ is dan het vriendelijkste dat ik op zo’n moment bedenken kan… Wreed uit je slaap gewekt worden - ik houd er niet van…
Jezus wordt niet voor een onbenulligheid wakker gemaakt. Zijn reactie is ook helemaal niet zo fel: het is een milde berisping. Eigenlijk worden de wind en de golven bestraffend toegesproken, niet de discipelen! (39).
Twee vormen van vrees hebben we in dit bijbelgedeelte gezien: angst voor de dreigende omstandigheden en diep ontzag voor de Heer van hemel en aarde. Laten we ons vanmorgen wat meer verdiepen in de verschillende vormen van ‘vrees’ die de Bijbel aan de orde stelt.
Zelf gebruiken we verschillende woorden voor ‘vrees’: bevreesd of angstig zijn, bang zijn, verschrikt zijn, ontzag hebben voor… Ook de Bijbel kent diverse woorden en betekenissen voor deze gemoedstoestand. Vanmorgen willen we verschillende vormen van angst / vrees bespreken:
a) Angst die verband houdt met zonde en oordeel
En de Here God riep de mens tot Zich en zeide tot hem: Waar zijt gij? En hij zeide: Toen ik uw geluid in de hof hoorde, werd ik bevreesd, want ik ben naakt; daarom verborg ik mij. Genesis 3:9,10
Dit is de schaamte (naaktheid) en de angst van het slechte geweten. Nog altijd speelt deze vorm van angst ons parten. Het is de angst van het creatief ingevulde belastingformulier. Het is de angst van de zwartrijder en de foutparkeerder. Het is de angst van het spiekbriefje en de angst van de minnaar in de kast…
Tegenover deze angst staat de onbevangenheid van het reine geweten. In het boek Spreuken worden deze gemoedstoestanden (t.w. angst voortkomend uit een kwaad geweten en onschuldig onbevangenheid voorkomend uit een rein geweten) treffend beschreven:
De goddeloze gaat op de vlucht, zonder dat iemand vervolgt, maar de rechtvaardige voelt zich veilig als een jonge leeuw. (Spreuken 28:1).
Wanneer de kracht en majesteit van God zich manifesteert / openbaar gemaakt wordt, dan is vrees ook het logische gevolg. De Bijbel staat vol met getuigenissen van mensen die ter aarde vielen nadat ze met een goddelijke verschijning of openbaring geconfronteerd werden. Ineens weet een mens dan dat hij niet kan bestaan in Gods heilige aanwezigheid. Het is de zonde in ons, die een ontmoeting met de heilige God onmogelijk maakt. We zouden in onze zondige staat niet blijven bestaan wanneer God aan ons verschijnt, het licht duldt de aanwezigheid van het donker niet. Het licht overwint ALTIJD!
Wanneer een zondaar met dit Licht geconfronteerd wordt, wijkt hij terug! Dat is de natuurlijke reactie. Je bent immers bang dat je slechte natuur, je verkeerde daden aan het licht zullen komen. Een voorbeeld hiervan zien we bij Felix, na het getuigenis van Paulus:
‘Maar toen hij (Paulus) sprak over rechtvaardigheid en ingetogenheid en het toekomstig oordeel, werd Felix bevreesd en antwoordde: Ga voor heden heen; wanneer ik nog eens gelegenheid heb, zal ik u wel weder ontbieden…’ (Handelingen 24:25).
Felix kreeg het benauwd. Hij deinsde terug voor de consequenties. Dit zien we vandaag de dag ook. Mensen gebruiken allerlei smoezen en excuses om het evangelie van Jezus Christus niet te hoeven aanvaarden. Ze verschuilen zich achter vermeend onrecht dat hen door de kerk is aangedaan. Ze zeggen dat ze wel graag zouden willen geloven, maar dat ze het niet kunnen. In feite deinzen ze gewoon terug voor de consequenties!
God kan angst gebruiken om mensen tot inkeer te brengen. Soms kan dat door ziekte, een droom, een ongeluk. De narigheid is niet door God in de wereld gekomen, maar Hij zal niet nalaten om de narigheid te gebruiken om mensenkinderen tot Zich te trekken! Een voorbeeld: de gevangenbewaarder van Filippi. Deze man was in blinde paniek geraakt, nadat de gevangenis door een aardbeving ineengestort was. Hij stond op het punt zelfmoord te plegen; Paulus en Silas konden hem hier ternauwernood van weerhouden!
En hij liet licht brengen (hij was bang in het donker!), sprong naar buiten en wierp zich, bevende over al zijn leden, voor Paulus en Silas neder. En hij leidde hen naar buiten en zeide: Heren, wat moet ik doen om behouden te worden? (Handelingen 16:29, 30).
Helaas komt het ook voor dat mensen - nadat zij van de schrik bekomen zijn - onveranderd door gaan met hun leven. Een van de mannen die met Jezus gekruisigd was, bleef tot zijn laatste snik volharden in zijn spottende afwijzing. De andere man, degene die wél tot inkeer kwam, voegde hem toe:
‘Vreest zelfs gij God niet, nu gij hetzelfde vonnis ontvangen hebt? En wij terecht, want wij ontvangen vergelding, naar wat wij gedaan hebben, maar deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.’ (Lucas 23:40,41).
b) Angst voor mensen
De Bijbel spreekt over vrees in de zin van ‘ontzag’ en vrees in de zin van ‘angst’. Als het om mensen gaat, dan moeten wij wel ontzag en respect hebben, maar wij hoeven niet bang te zijn! Voor de omgang met overheden en gezagsdragers hebben wij via Paulus zeer praktische, duidelijke richtlijnen gekregen:
Betaalt aan allen het verschuldigde, belasting aan wie belasting, tot aan wie tol, ontzag aan wie ontzag, eerbetoon aan wie eer toekomt. (Romeinen 13:7).
Zolang de overheid geen wetten of bepalingen oplegt die strijdig zijn met Gods voorschriften, dien je je gewoon aan de regels te houden. Christenen moeten modelburgers zijn, geen kwezels of fatsoensrakkers, maar mensen die betrouwbaar en respectvol zijn. Dergelijk respect met je iedereen schuldig, ook de schoolmeester, de treinconducteur, de belastinginspecteur, de politieagent, de scheidsrechter en de parkeerwachter! Hoe zou de samenleving eruit zien wanneer iedereen zich zo gedroeg…?
Respect voor mensen is echter niet hetzelfde als vrees of angst voor mensen! In de Bijbel staan veel geschiedenissen van dappere, gehoorzame mensen die onverschrokken hun mond opendeden om misstanden aan de kaak te stellen. Profeten werden soms in hoge achting gehouden, maar vaak kostte deze dappere kritiek hun ook het leven. Gezagsgetrouwheid is niet hetzelfde als slijmen of hielenlikken. Jezus nam geen blad voor de mond - Hij sprak zich onbevreesd uit tegen de hypocrisie en de (morele) corruptie van de gezagsdragers van die tijd. Die mondigheid zou ik wel meer willen zien bij de christenen van vandaag - we zouden er respect mee afdwingen!
We mogen een voorbeeld nemen aan de dappere held Jozua, die zich geen schrik liet aanjagen door mensen:
Alleen, weest dan niet opstandig tegen de Here, en gij, vreest het volk van het land niet, want zij zijn ons tot spijs, hun schaduw is van hen geweken, en de Here is met ons; vreest hen niet. (Numeri 14:9).
‘Zij zijn ons tot spijs’ is een oudtestamentische manier om te zeggen: Ik lust ze rauw!
‘Vrees voor mensen spant een strik, maar wie op de Here vertrouwt, is onaantastbaar’ (Spreuken 29:25).
Die superioriteit zien we ook terug bij Jezus. Hij liet zich rustig arresteren toen de tijd gekomen was, maar veel vaker wist Hij zich van zijn belagers te ontdoen. Soms liep Hij gewoon tussen de agressieve massa door, andere keren ging Hij er schielijks vandoor en soms hield Hij zich gewoon even schuil. Hij hield zelf de regie in handen! Hoor maar wat Johannes op een paar plaatsen vertelt:
…en sommigen van hen wilden Hem grijpen, maar niemand sloeg de hand aan Hem. (Johannes 7:44)
…en niemand greep Hem, want zijn ure was nog niet gekomen (Johannes 8:20)
Zij namen dan stenen op om naar Hem te werpen; maar Jezus verborg zich en verliet de tempel (Johannes 8:59)
Zij trachtten Hem dan weder te grijpen, maar Hij ontkwam uit hun handen (Johannes 10:39).
Dit sprak Jezus en Hij ging heen en verborg zich voor hen. (Johannes 12:36)
Jezus liet zich arresteren, maar deed nog wel een goed woord voor zijn leerlingen:
‘Ik zeide u, dat Ik het ben,. Indien gij dan Mij zoekt, laat dezen heengaan’ (Johannes 18:8). Hier laat Jezus zich van zijn onverschrokken, grootmoedige kant zien. Als Hij spreekt is Hij indrukwekkend, maar als Hij zwijgt, dan is Hij onaantastbaar superieur! Om strategische redenen blies Hij af en toe de aftocht, maar als zijn tijd gekomen is, gaat Hij als een echte held op de laatste vijand af!
Een goede vorm van angst voor mensen is ‘vrees voor hun heil’. Het gaat daarbij niet om angst voor wat mensen jou - als verkondiger van het evangelie - kunnen aandoen (op dat punt heeft Paulus zijn portie gekregen!), maar om angst voor het zelfgekozen lot van ongehoorzame mensen. Van deze vrees is een man als Paulus doordrongen.
Omdat hij weet hoezeer de Heer te vrezen is (2 Kor. 5:11), en omdat
de liefde hem dringt (2 Kor. 5:14), verkondigt hij het evangelie!
c) De angst voor / de afkeer van de zonde
De heiligheid van God kan geen zonde accepteren. Daarom moeten we het kwaad schuwen, uit de weg gaan.
‘De vreze des Heren is rein,’ zegt Psalm 19:10.
Het is deze heiligheid die ervoor zorgt dat Jezus zo’n angst heeft voor de kruisiging. Hij zal tot zonde gemaakt worden en de godverlatenheid ten diepste ervaren. Dit is een angstwekkend vooruitzicht. Ik geloof dat Hij niet zo erg opzag tegen het lichamelijke lijden, ook al wordt dat gewoonlijk het meest belicht. Een sleutel vinden we in de Hebreeënbrief:
‘Tijdens zijn dagen in het vlees (= zijn mens-zijn) heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst, en zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden.’ (Hebreeën 5:7,8)
Zie, de vreze des Heren - dat is wijsheid, en van het kwade te wijken is inzicht. (Job 28:28)
Deze vrees voor de zonde (beter: afschuw!) was een kenmerk van de beloofde Messias:
En op Hem zal de Geest des Heren rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis van de vreze des Heren; ja zijn lust zal zijn in de vreze des Heren. (Jesaja 11:2,3)
Vrees voor God (in de zin van: respect, eerbied) gaat hand in hand met afkeer van het kwaad. Die combinatie is ook in de Psalmen vaak terug te vinden!
d) De vrees voor God
Zoals hiervoor gezegd, spreekt de Bijbel over vrees in de zin van ‘ontzag’ en vrees in de zin van ‘angst’. ‘De vreze des Heren’ is een bekende bijbelse uitdrukking. Op tal van plaatsen krijgen we een ontzagwekkende beschrijving van God. Hij is een verterend vuur, een strenge rechter, een jaloerse minnaar… Al die kwalificaties zijn van toepassing op God. Hij is niet alleen maar ‘Liefde’ - Hij is ook heilig en rechtvaardig!
Het Oude Testament laat ons vooral deze ontzagwekkende kant van God zien. Het Nieuwe Testament toont ons gelukkig ook dat God liefdevol en genadig is! Toch moeten we deze eigenschappen niet tegen elkaar wegstrepen. Vandaag de dag willen mensen nog wel een God aanvaarden die enkel liefde is (al hebben ze dan wel moeite met zijn ogenschijnlijke passiviteit en kennelijke gebrek aan almacht…). Met zo’n godsbeeld kom je bedrogen uit! God is een ontzagwekkend, heilig God - daar is de Bijbel erg duidelijk over.
Godvrezende mensen zijn mensen die rekening houden met de heiligheid van God. Dat wil niet zeggen wel met gebogen knieën, maar niet met knikkende knieën…
‘Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods. Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij zeggen: Abba, Vader’ (Romeinen 8:15)
Jezus heeft ons God als Vader leren kennen. Hij is de Zoon en wij hebben - door Hem! - deel aan het zoonschap. Omdat Jezus tot het bittere einde een rein en heilig leven geleefd heeft, is onze schuld betaald. God ziet niet meer onze zonde, Hij ziet het volbrachte werk van zijn Zoon! Dit Evangelie bevrijdt ons van veel angsten:
Geen angst meer voor het oordeel van God:
‘Zo is er dan geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn’ (Romeinen 8:1)..
‘Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit; want de vrees houdt verband met straf en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde.’ (1 Johannes 4:19)
Als je Jezus’ offer aanvaard hebt, dan is er geen reden meer voor angst. Je bent niet meer onder het oordeel!
Geen angst voor het leven
‘God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid’ (2 Timotheüs 1:7)
‘Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?’ (Romeinen 8:31,32)
‘Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?’ (Romeinen 8:35)
Geen angst voor de dood
Want ik ben verzekerd dat noch dood, noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here (Romeinen 8:39)
Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren.’ (Hebreeën 2:14,15)
Zingen tijdens collecte:
Johan de Heer: Is hier een hart, door vrees benard (er zijn geen grenzen)
Zingen voor de zegenbede:
Johan de Heer: Vrees niet, Ik ben met u, dat heeft de Heer ons beloofd…
Zegenbede:
Overigens, broeders (en zusters!), weest blijde, laat u terecht brengen, laat u vermanen, weest eensgezind, houdt vrede, en de God der liefde en des vredes zal met u zijn. (…)
De genade des Heren Jezus Christus, en de liefde Gods, en de gemeenschap des heiligen Geestes zij met u allen.
2 Korintiërs 13:11 en 13