Spreek!

BIJBELSTUDIES / PREKEN

30.12.01

 
EMG zondag 30 december 2001

Laodicea

Schriftlezing: Openbaring 3:14-22

Inleiding
Openbaring van Jezus Christus aan Johannes. In de eerste hoofdstukken zijn een 7-tal brieven opgenomen aan plaatselijke gemeenten in klein-Azië (het huidige Turkije): Efeze, Smyrna, Pergamum, Tyatira, Sardes, Filadelfia en Laodicea (volgorde = op het eerste oog een logische route voor een koerier). Vanmorgen willen we stilstaan bij de boodschap van één van deze brieven (de laatste: Laodicea). Volgorde: eerst wat achtergrondinformatie, dan de schriftlezing en dan de booschap van de brief aan Laodicea.

De brieven volgen hetzelfde patroon:
> Elke brief is geadresseerd aan een engel; waarschijnlijk de opzichter / voorganger / boodschapper van de plaatselijke gemeente.
> adressering, afzender (Jezus openbaart iets over zichzelf);
> aanbeveling (gewoonlijk bevat de brief iets positiefs over de desbetreffende gemeente);
> kritiek / vermaning (Jezus laat weten welke bezwaren Hij tegen deze gemeente heeft);
> oplossing van het probleem
> beloften voor degenen die getrouw en gehoorzaam zijn;
> een oproep om te luisteren: ‘Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt’.

Hoe moeten we deze brieven interpreteren? Paulus aan Timotheus: Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust (2 Tim. 3:16,17). Het is dus altijd nuttig om een schriftwoord te bestuderen en ter harte te nemen.
Toch is het goed om vanuit verschillende invalshoeken naar deze brieven te kijken:
> Dit zijn echte gemeenten in echte steden die rond 95 na Chr. in Klein-Azië bestonden. De boodschap was steeds specifiek aan deze gemeente gericht. Maar dat geldt bijvoorbeeld ook voor de brieven van Paulus!
> De beschrijving van de genoemde kerk kan van toepassing zijn op gemeenten zoals wij die nu kennen. Bepaalde karakteristieken van genoemde gemeenten zijn ook te herkennen in plaatselijke gemeenten van vandaag.
> Binnen elke gemeente bestaan gelovigen die elk afzonderlijk kenmerken vertonen die ook aan de zeven gemeenten worden toegeschreven (wie de schoen past…) We worden dus allemaal aangesproken door deze woorden.
> De typen gemeenten bestonden destijds gelijktijdig, maar vanuit profetisch perspectief (zoals bij de logische route van de koerier) is er ook een tijdsvolgorde aan te brengen. Hier wordt dus de kerkgeschiedenis / de ontwikkeling van de gemeente van Christus, beschreven. Dit onderscheid wordt dan ook vaak door bijbeluitleggers gemaakt.

Historische / profetische opbouw:
> Efeze (33-100) verliet de eerste liefde;
> Smyrna (vanaf 100) staat voor de vervolgde kerk onder het Romeinse rijk;
> Pergamum (Pergamom = getrouwd) de gemeente mengt zich met de wereldlijke overheid en de wereldgelijkvormgheid (machtspolitiek, corruptie) e.d. sluipt de gemeente van Christus binnen;
> Tyatira (vanaf 600) de gemeente sluit steeds meer compromissen met de wereld;
> Sardes (vanaf 1500) de gemeente is in slaap gevallen (‘dood’) het christelijk geloof wordt nog maar door enkele personen getrouw nageleefd en doorgegeven;
> Filadelfia (vanaf 1800) de mensen met kleine kracht, die het Woord hebben bewaard, krijgen volop kansen voor het evanglie (zending) ‘Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten’
> Laodicea (na 1950) de gemeente van Christus in de eindtijd, de laatse dagen voor zijn wederkomst.

Schriftlezing: Openbaring 3:14-22

Laodicea: delen in de smaak van misselijkheid of delen in de smaak van de overwinning?
De stad Laodicea heette voorheen Diospolis (stad van Zeus). Laodicea is een samenvoeging van twee Griekse woorden: laos = volk, dike = besluit (vgl. decreet, decision). Dit vertelt ons al direct iets over deze stad en haar inwoners.
> Cultureel: deel van de Hellenistische (Griekse) beschaving. Democratie: het volk beslist. Voor Grieken was het hoogste doel: autarkie (= zelfvoorzienendheid, zelfstandigheid). Een onafhankelijke geest heeft niemand nodig, ‘je kunt jezelf wel redden’. Rijke cultuur: drie marmeren theaters, een groot stadion, een gymnasium met vele baden en een belangrijke medische school (vooral bekend vanwege de behandeling van oog- en oorproblemen);
> Geografisch: een plateau boven de Lycus valei. Een van drie handelssteden die nauwe betrekkingen onderhielden: Hierapolis in het noorden en Kolosse in het oosten. De ligging was voor de waterhuishouding minder gunstig. Laodicea was afhankelijk van de heet waterbronnen van Hierapolis. Het water dat vanuit deze bronnen via een aquaduct naar Laodicea stroomde, koelde onderweg af. Dit verklaart de spreekwoordelijke lauwheid van deze stad en haar inwoners.
> Economisch: belangrijk knooppunt voor de handel: regionaal financieel centrum. De inwoners waren welgesteld. Na een aardbeving in het jaar 60 sloegen zij financiële hulp vanuit Rome af, men was wel in staat om de problemen zelf op te lossen… Belangrijke producten: ogenzalf (van de medische school), zwarte wol (zwarte schapen) en
> Religieus: afgaand op de oude naam, moet hier een tempel voor Zeus gestaan hebben. Er was een grote Joodse bevolkingsgroep, die met rust gelaten werd. Religieuze tolerantie was kenmerkend. Ook de christenen konden ongestoord hun gang gaan. Waarschijnlijk is deze gemeente ontstaan uit zendingswerk van Paulus ten tijde van zijn verblijf te Efeze (Handelingen 19, 20); Paulus noemt de gemeente te Laodicea in de Kolossenzenbrief (lees Kol. 4:13-16). Paulus dringt erop aan dat in de gemeente te Laodicea de Kolossenzenbrief wordt voorgelezen. (Ook andersom, maar deze Laodicea-brief is niet bewaard gebleven!). Paulus heeft zich - met de andere christenleiders - grote moeite getroost voor deze gemeente. Hij wijst hen onvermoeibaar op Christus, ‘in wie al de schatten der wijsheid en kennis verborgen zijn’ (Kol. 2:3). Kennelijk was de verleiding groot om kennis en rijkdom uit andere bronnen te putten! Paulus was dus - als altijd - bezorgd om het geestelijk welzijn van deze gemeente, maar laat zich niet in negatieve zin uit over hen. Waarschijnlijk is de gemeente goed begonnen, maar vanwege de welvaart en de heersende tolerantie ‘doodgeknuffeld door de wereld’. Als we deze brief van Jezus aan de gemeente te Laodicea lezen, dan ontdekken we niets positiefs in zijn oordeel… Laten we kijken wat Christus over en tot deze gemeente zegt (en wat dit ons vandaag te zeggen heeft!)

Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige getuige, het begin der schepping Gods:Hier is ‘niet zomaar iemand’ aan het woord. Christus Zelf: de Oorsprong (niet het begin) van Gods schepping. Denk aan het eerste hoofdstuk van het Johannes-evangelie: ‘In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is’ (Joh. 1:1-3). Jezus, God Zelf is hiet aan het Woord. De zelfgenoegzame inwoners van Laodicea moeten even een toontje lager zingen en niet vergeten wie de Bron van leven en van alle kennis en rijkdom is: Jezus Christus. Hiermee wordt de gemeente direct op haar plaats gezet. Niet alleen van belang vanwege de oorsprong (nl. Christus) maar ook vanwege het doel, de eindbestemming. In Jezus is alles ‘ja en amen’. Hij is de alpha en de omega, het begin en het eind. De onafhankelijke inwoners van Laodicea nemen hun eigen beslissingen en bekrachtigen die met hun eigen amen (‘zo is het’). Als Jezus spreekt is het: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u… (Amen, amen!). Jezus is hier de getrouwe en waarachtige getuige. Hij spreekt zich hier uit als de meest betrouwbare Waarnemer, Hij die als geen ander recht van spreken en een betrouwbaar, onafhankelijk oordeel heeft.

Wij kunnen Hem niets voorspiegelen, wij kunnen Hem niets wijsmaken. Hij ziet dwars door ons heen en kent onze ware aard en onze diepste drijfveren. Ook tegen deze gemeente zegt Hij: Ik weet uw werken! Met andere woorden: Ik weet wat er terecht komt van uw mooie voornemens en diepzinnige woorden…Wat is uw geloof waard als het van alle uiterlijke versierselen ontdaan is? Het oordeel van de getrouwe en waarachtige getuige liegt er niet om: Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, nocht heet. Waart gij maar koud of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen. Dit doet erg pijn bij de trotse inwoners van Laodicea… Jezus spreekt ze aan op een zwak punt: het lauwe water. Jezus zegt hier in niet mis te verstane woorden: Ik word (kots)misselijk van jullie! Jullie zijn niet heilzaam heet als het water van Hierapolis, noch verfrissend koud als het water bij Kolosse: jullie zijn compromissensluiters, ‘laat ieder maar in zijn waarde’ en ‘vrijheid-blijheid’ christenen! Deze lauwheid beschreef de toestand in de natuurlijke wereld (nl. de waterhuishouding), maar zo was het ook gesteld met Laodicea in geestelijk opzicht! Waaruit bestaat die spreekwoordelijke lauwheid? Syptomen: apathie, desinteresse, onverschilligheid, het ‘iedereen naar de zin maken’, de middenweg bewandelen.
Jezus walgt van zo’n middle-of-the-road geloof: ‘Wie met Mij niet is, die is tegen Mij, en wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit’ (Matth. 11:30). Jezus spuugt middelmatigheid uit, Hij kan er niets mee! Dat is een belangrijke boodshap - óók voor ons!

Omdat gij zegt: ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte… deze zelfgenoegzame christenen dachten dat het hun aan niets ontbrak. Ze hadden alles wat ze maar wensten en deze welvaart had ze in slaap gewiegd! Financiële welvaart kan ons de indruk geven ‘dat het allemaal wel best is’. Dit tevreden gevoel interpreteren wij als zegen van bovenaf, maar dat is het niet (altijd)! Jezus zegt dat we geen shatten op aarde moeten verzamelen … want: waar je schat is, daar zal ook je hart zijn! (Matth. 6:19-21).
De onafhankelijkheid, de zelfvoorzienendheid was geen zegen, maar een vloek geworden! Let op dat woordje ‘zelf’ - ook in onze cultuur: zelfstandig, zelf-hulp, self-support, zelfbeeld, zelfvertrouwen... Dat ‘zelf’ is ook bij ons in hoog aanzien! ‘IK kan het ZELF wel!’

Illustratie gevaar van rijkdom: Paus tegen Thomas van Aquinas, verwijzend naar de rijkdommen van Rome: ‘De kerk kan vandaag niet langer zeggen: ‘zilver en goud bezit ik niet’. Thomas van Aquinas: ‘nee, en ook niet: in de naam van Jezus Christus: sta op en wandel!’

Is het dan zo slecht als het je ‘aan niets ontbreekt’ ? Op zich niet. Maar daarbij moet wel gekeken worden naar de bron van deze zegen: hebben we hetzelf bijeengebracht, óf hebben we alles met dank uit de handen van God ontvangen en geven wij Hem daarvoor de eer? Wij zijn afhankelijk van God. Eén ‘kleine’ natuurramp en we staan weer met twee benen op de grond! We hebben God nodig en we zijn helemaal niet onafhankelijk: ‘Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen. (Joh. 15:5).
‘Zulk een vertrouwen hebben wij door Christus op God. Niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn iets als óns werk in rekening te brengen, maar onze bekwaamheid is Gods werk’ zegt Paulus in 2 Kor. 3:4-5. En in Filippenzen 4:19: ‘Mijn God zal in al uw behoeften naar zijn rijkdom heerlijk voorzien, in Christus Jezus’.

Jezus geeft een paar goede adviezen voor mensen die denken dat ze het ‘zelf’ wel kunnen:
Omdat gij zegt: ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte, raad ik u aan van Mij te kopen goud, dat in het vuur gelouterd is, opdat gij rijk moogt worden, en witte klederen, opdat gij die aandoet en de schande uwer naaktheid niet zichtbaar worde; en ogenzalf om uw ooglede te bestrijken, opdat gij zien moogt.
Het is alsof je een partij kaas te koop biedt aan de inwoners van Edam, Alkmaar en Gouda… Jezus heeft een aantal producten in de aanbieding waarvan men in Laodicea een overvloed denkt te hebben. Jezus stelt dat ze helemaal niet rijk of zonder gebrek zijn. Ze zijn helemaal niet welgesteld en welgekleed: ze zijn straatarm en poedelnaakt (hier worden ze door Jezus in hun hemd gezet - of zelfs dat niet! Ze zijn als de keizer uit het sprookje van Anderson die dacht dat hij mooie kleren droeg, totdat een kind vrijmoed vaststelde dat hij naakt was!). Jezus laat zien dat deze christenen geestelijk blind en failliet zijn.
Wat biedt Jezus deze handelsgeesten aan? Het is zoals in de eerste verzen van Jesaja 55 voorzegd: ‘O alle dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk.’ Dat is nog eens wat anders dan lauw bronwater!
Wat biedt Jezus ‘te koop’ aan? Goud, kleding en ogenzalf. Dat zijn juist de dingen waar men geen gebrek aan denkt te hebben…

Goud: d.w.z. geloof dat in het vuur gelouterd is = een beproefd geloof dat tegen een stootje kan. Daar ontbreekt het deze christenen aan, zij geloven uitsluitend in zichzelf. Zoals Petrus schrijft: ‘Verheugt u daar in, ook al wordt gij thans, indien het moet zijn, voor korte tijd door allerlei verzoekingen bedroefd, opdat de echtheid van uw geloof, kostbaarder dan vergankelijk goud, dat door vuur beproefd wordt, tot lof en heerlijkheid en eer blijke te zijn bij de openbaring van Jezus Christus’ (1 Petrus 1:6,7). Onthoud: De Smid is pas tevreden over de zuiverheid van het goud, wanneer Hij zijn eigen gezicht er in weerspiegeld ziet.

Kleding: geen zwarte wol, maar witte klederen: symbool voor reinheid, ‘overdekt zijn met gerechtigheid’. De schande van de naaktheid moet worden afgedekt door kledingstukken die van God zelf komen. Verderop staat er in Openbaring: ‘…want de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen.’ (Opb. 19:7,8). De vergeving die wij van Christus hebben ontvangen, bedekt onze schande en stelt ons in staat een heilig, God-welgevallig leven te leiden.
Ogenzalf: de geestelijke blindheid moet verholpen worden. Het is opvallend hoe vaak er in de Bijbel sprake is van blindheid en de genezing daarvan. Ook in overdrachtelijke zin! De christenen te Laodicea moeten oog krijgen voor hetgeen écht belangrijk is! Hun ogen moeten opengaan, zodat zij hun eigen armoedige staat zien en de nood van hun medemensen. ‘Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld. Want wie kent de zin des Heren, dat hij Hem zou voorlichten? Maar wij hebben de zin van Christus.’ (1 Kor. 2:15,16). Dáár moeten de christenen in Laodicea oog voor krijgen!

Daar staan deze christenen, ontluisterend te kijk gezet. Is Jezus zo kritisch, zo liefdeloos?
Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u.
Jezus heeft het beste met ons voor. Hij vertelt ons de waarheid, opdat we er iets van zullen leren en opdat wij ons zullen bekeren. Niet alleen als ongelovigen maar óók als gelovigen!
Zie Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij.
Jezus wil maaltijd, gemeenschap met ons hebben. Hij zoekt intimiteit. Maar Hij is een gentleman, Hij dringt zich niet aan ons op. Hij staat aan de deur van ons (gelovig!) hart en klopt. Je moet niet zomaar de deur voor iemand opendoen. Maar als je Zijn stem met zekerheid herkent, dan kun je Hem niet buiten laten staan! ‘Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij, gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken (…) en zij zullen naar mijn stem horen’ (Joh. 10:14-16).

Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.
Jezus is goed voor ons! Hij wil ons laten delen in zijn overwinning én Hij wil ons laten delen in de eer die Hij ontvangt van de Vader. Dat is de prijs die op ons wacht en waarin wij mogen delen! Met deze belofte in het vooruitzicht moet het toch niet zo moeilijk zijn om Jezus te volgen?
Nu delen wij in zijn lijden en nu zijn wij al deelgenoot als het gaat om zegeningen en overwinningen. Maar wat ligt er nog voor ons gereed? Dat zijn de schatten in de hemel waar Jezus over spreekt. In Hem hebben we ze nu reeds ontvangen!

Ik sluit af met de woorden waarmee ook deze brief afsluit:
Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt!

Zegenbede (uit de laatste woorden van de Bijbel!)

Hij, die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig.
Amen, kom, Here Jezus!
De genade van de Here Jezus zij met allen.

Comments: Een reactie posten

<< Home

Archives

This page is powered by Blogger. Isn't yours?