Spreek!

BIJBELSTUDIES / PREKEN

2.9.01

 
Zondag 2 september 2001

In aanraking met Jezus

Schriftlezing: Lucas 8:40-56

40 Toen Jezus terugkeerde, wachtte de schare Hem op, want zij zagen allen naar Hem uit.
41 En zie, er kwam een man, genaamd Jairus, en deze was een overste der synagoge. En hij viel neder aan de voeten van Jezus en smeekte Hem naar zijn huis te komen,
42 omdat zijn enige dochter, die ongeveer twaalf jaar oud was, op sterven lag. Terwijl Hij erheen ging, drongen de scharen op Hem aan.
43 En een vrouw, die sinds twaalf jaren aan bloedvloeiing leed en door niemand kon genezen worden,
44 kwam van achteren tot Hem en raakte de kwast van zijn kleed aan, en terstond hield haar vloeiing op.
45 En Jezus zeide: Wie is het, die Mij heeft aangeraakt? En terwijl allen het ontkenden, zeide Petrus: Meester, de scharen drukken en verdringen U.
46 Maar Jezus zeide: Iemand heeft Mij aangeraakt, want Ik heb kracht van Mij voelen uitgaan.
47 Toen de vrouw zag, dat zij niet onopgemerkt bleef, kwam zij bevende nader, viel voor Hem neer en verhaalde Hem, voor al het volk, om welke reden zij Hem aangeraakt had en dat zij terstond beter was geworden.
48 En Hij zeide tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede.
49 Terwijl Hij nog sprak, kwam er iemand van de overste der synagoge met de boodschap: Uw dochter is gestorven, val de Meester niet meer lastig!
50 Maar Jezus hoorde het en antwoordde hem: Wees niet bevreesd, geloof alleen, en zij zal behouden worden.
51 Toen Hij aan het huis gekomen was, stond Hij niemand toe met Hem naar binnen te gaan dan Petrus, Johannes en Jakobus en de vader van het kind en de moeder.
52 Allen nu weenden en weeklaagden over haar. Doch Hij sprak: Weent niet; zij is niet gestorven, maar zij slaapt.
53 En zij lachten Hem uit, omdat zij wisten, dat zij gestorven was.
54 Maar Hij vatte haar hand en riep, zeggende: Kind, sta op!
55 En haar geest keerde terug en zij stond dadelijk op en Hij beval, dat men haar te eten zou geven.
56 En haar ouders stonden versteld, maar Hij verbood hun tot iemand te spreken over hetgeen geschied was.


Twee wonderen van Jezus ineengevlochten:
de genezing van de bloedvloeiende vrouw (anoniem) en de opwekking van het dochtertje van Jaïrus (eveneens anoniem). De aandacht gaat al gauw naar het meest spectaculaire wonder: het verhaal van de bloedvloeiende vrouw wordt verdrongen door het ‘nog grotere’ wonder van het opnieuw tot leven wekken van een 12-jarig meisje. Ik heb overwogen om vanochtend uitsluitend stil te staan bij het verhaal van de bloedvloeiende vrouw. Maar bij nadere bestudering van dit gedeelte, blijkt dat niet helemaal mogelijk. Bij eerste lezing lijkt het er misschien op dat deze gebeurtenissen ‘toevallig’ na elkaar plaatsvonden, maar het is de moeite waard om een paar parallelle lijnen te trekken. Het zijn twee geschiedenissen die met elkaar vervlochten zijn!

Twee opvallende parallellen wil ik benadrukken:

* Ik heb het al gesteld: de bloedvloeiende vrouw en de dochter van Jaïrus zijn beiden anoniem, oftewel: naamloos. Dat is kenmerkend voor de ondergeschoven positie van de vrouw in bijbelse tijden. We zijn het ons misschien niet zo bewust, maar Jezus doorbreekt voortdurend taboes door zich zo om vrouwen te bekommeren - we moeten ons goed realiseren hoe de verhoudingen in die dagen lagen (niet alleen in Israël, maar in de gehele cultuur). Deze vrouwen mogen dan ‘geen naam hebben’ - Jezus geeft ze alle aandacht en de bijbelschrijvers geven ze de plaats die hen toekomt!
* De vrouw leed al 12 jaar aan bloedvloeiingen - terwijl er van Jaïrus dochter gezegd wordt dat ze ’ongeveer 12 jaar oud’ was. Dat is geen toevallige parallel! Op 12-jarige leeftijd kan de menstruatie beginnen - de tijd waarop een meisje vrouw wordt.

(Voor deze preek heb ik dit niet uitgediept - maar je kunt je afvragen wat deze twee vrouwen op een zinnebeeldige manier te zeggen hebben over de positie van het volk Israël!)

Maar we moeten ook even stilstaan bij een opvallend verschil - niet tussen de vrouw en het meisje, maar tussen de vrouw en Jaïrus, de vader van het meisje!
Jaïrus was een hoge piet. Hij was een overste der synagoge. Wat doet die belangrijke man? En hij viel neder aan de voeten van Jezus en smeekte Hem naar zijn huis te komen…

Wanneer een voorname jood aan de voeten van een mens valt en begint te smeken, dan is er echt iets aan de hand. Dat was ook zo. Jaïrus was radeloos. Ieder ouder die zich eens dodelijk ongerust gemaakt heeft over een kind, kan zich gemakkelijk in hem verplaatsen. Je doet alles om je kind te redden!
Jaïrus is een voornaam man, voor hem gaan de mensen opzij. Hij vindt nog plaats aan de voeten van Jezus om neer te vallen. Die ruimte was niet iedereen gegeven!
Die ruimte was voor de bloedvloeiende vrouw onbereikbaar gebied. Hoe moest zij zich tussen de massa’s door een weg naar Jezus banen? Hoe kon zij - een chronisch zieke vrouw - zelfs maar een voorzichtige toenaderingspoging ondernemen?

De vader van een doodziek meisje en een eenvoudige, bloedvloeiende vrouw concurreren in deze geschiedenis om de aandacht van Jezus. Dat lijkt op papier - en in werkelijkheid - een ongelijke strijd. Ook wanneer wij deze geschiedenis lezen, gaat de meeste aandacht uit naar het doodzieke dochtertje. Logisch! Het meisje ligt op sterven en het is een kind!

De bloedvloeiende vrouw wordt bijna uit de menigte en uit dit bijbelgedeelte verdrongen. Zij laat zich misschien wel opzij en naar achteren duwen - maar zij laat zich niet volledig wegcijferen!

Voor Jaïrus is de actie van de bloedvloeiende vrouw niet meer dan een ergerlijk oponthoud. Terwijl voor Jaïrus en zijn dochter elke seconde telt, zorgt deze vrouw met haar aanraking voor onnodige vertraging. Ze heeft die kwaal al 12 jaar - moet ze nu op stel en sprong genezen worden!? Het geloof en het geduld van Jaïrus worden wel erg op de proef gesteld. Erger nog: wat hij het meest vreest, gebeurt!

49 Terwijl Hij nog sprak, kwam er iemand van de overste der synagoge met de boodschap: Uw dochter is gestorven, val de Meester niet meer lastig!

Eerst even iets over die laatste zin: het zijn woorden die vroom en berustend klinken - maar goedbeschouwd zijn het woorden van ongeloof! Reken je nog op een wonder als je iemand bij Jezus brengt? Geloof je oprecht dat Hij wonderen kan doen? Of ontmoedig je anderen door met een vroom en bezorgd gezicht te zeggen: ‘laat maar, het heeft geen zin meer, geef het maar op, val de Meester niet meer lastig!’

Laat God ons ervoor behoeden dat we een sta-in-de-weg voor zijn genezende liefde zijn!

De wereld van Jaïrus is volledig ingestort. Zijn dochter is in de tussentijd overleden - zijn knieval voor, en smeekbede aan Jezus zijn dus helemaal vergeefs geweest. Of toch niet?

De persoon die aangeduid wordt als ‘iemand van de overste der synagogen’ - een collega van Jaïrus, heeft het slechte nieuws gebracht: Jaïrus’ dochter is gestorven. Maar - zoals altijd - brengt Jezus het goede nieuws:

50 Maar Jezus hoorde het en antwoordde hem: Wees niet bevreesd, geloof alleen, en zij zal behouden worden.

En als Jezus uiteindelijk bij het dochtertje van Jaïrus aankomt, stelt Hij een geheel andere diagnose dan de aanwezigen die inmiddels al in geweeklaag zijn uitgebarsten:

Weent niet; zij is niet gestorven, maar zij slaapt.

Jezus is de Deskundige. Hij zal het wel weten. Maar de omstanders hebben een geheel andere mening!

53 En zij lachten Hem uit, omdat zij wisten, dat zij gestorven was.

Er was geen ruimte voor twijfel: Jaïrus’ dochtertje was dood. Maar er was wél ruimte voor geloof! Zoals Jezus gezegd had: Wees niet bevreesd, geloof alleen…

Laat je jezelf - als het er echt op aan komt - door de omstandigheden leiden? Ga je af op hetgeen voor ogen is? Durf je nog te hopen op een wonder?

Maar even genoeg aandacht voor Jaïrus en zijn opgewekte dochtertje… (ook al raak je bijna niet uitgepraat over dit wonder!) Laten we wat uitgebreider stilstaan bij het verhaal over de bloedvloeiende vrouw!

Wat weten wij van haar? Allereerst dat ze een chronische aandoening had: bloedverlies. Al 12 jaar lang! Is er iemand die zich kan voorstellen wat dat betekent? Vrouwen kunnen zich sowieso beter in haar situatie verplaatsen, maar ook zij zullen zich alleen maar kunnen afvragen wat het betekent om 12 jaar lang bloed te verliezen. Na zo’n periode moet alle kracht en weerstand uit je lichaam verdwenen zijn! Het is al een wonder dat de vrouw überhaupt nog de kracht vond om dit initiatief te nemen! We mogen wel vaststellen dat deze vrouw - juist gezien de chronische ziekte waar zij al die jaren mee leefde - een sterke vrouw moet zijn geweest.

Ze vond de kracht om naar Jezus te gaan. Ze zal niet veel kracht meer gehad hebben, maar misschien wel met het laatste beetje energie dat haar nog restte had zij zich op weg naar Jezus begeven. En ze had haar hand naar Hem uitgestrekt. Hier kunnen we - gezonde en zieke mensen, toeschouwers en toehoorders - al iets van deze anonieme vrouw leren: als je ten einde raad bent, moegestreden en uitgeput - gebruik dan je laatste beetje kracht om Jezus te vinden. Strek je hand naar Hem uit al is dat het laatste wat je kunt!

Het wordt de vrouw niet gemakkelijk gemaakt om bij Jezus te komen. Ze moest zich een weg banen door de menigte om Hem schielijks aan te kunnen raken. Ze had ook kunnen roepen of gillen - maar dat was kennelijk niet haar stijl. Zij was er niet op uit om de aandacht van de omstanders op zich te vestigen! We weten dus dat dit een vrouw was die niet in het middelpunt van de belangstelling wilde staan.
Ze nam genoegen met een bescheiden, terloops contact: een korte aanraking. En nog niet eens van huid op huid, maar slechts met het uiterste puntje van haar vinger tegen het uiterste puntje van Jezus’ mantel…

De mensen verdrongen zich rondom Jezus. Uit de evangeliën blijkt dat er vaak zo’n massale toeloop was. Denk maar aan de geschiedenis van Zacheüs; zo’n kleine, onpopulaire man had geen schijn van kans om dichtbij Jezus te komen. Denk aan de mannen die hun zieke vriend ten einde raad maar door het dak naar beneden lieten zakken. Soms moet je vindingrijk en vasthoudend zijn om je doel te bereiken!
Deze vrouw was ook vindingrijk en vasthoudend. Ze lijkt gedacht te hebben: als ik niet door de voordeur bij Jezus kan komen, dan maar via een achterdeurtje… (44).

Wij - de toeschouwers, de omstanders van deze tijd - kunnen nog een belangrijke les trekken uit deze geschiedenis:

Sta je mensen die behoefte hebben aan een ontmoeting met Jezus in de weg…? Maak je plaats - stap je opzij - voor hen die dringend zijn hulp nodig hebben? Of loop je anderen en Jezus voor de voeten…?

Wij hebben deze geschiedenis gelezen zoals door Lucas is opgetekend. Lucas was arts - hij moet bijzondere belangstelling voor het genezende werk van Jezus gehad hebben! Bovendien geeft Lucas in zijn weergave van de gebeurtenissen opvallende aandacht aan de vrouwen die met Jezus in aanraking komen. Hij verhaalt over vijf van die ontmoetingen die niet door de andere evangelisten vermeld zijn. Lucas laat zien dat vrouwen voor Jezus geen tweederangs mensen zijn!

Lucas mag dan als arts duidelijke blijk geven van zijn zorg en liefde voor mensen, het is toch een andere verslaggever (Marcus) die ons iets meer vertelt over het medisch dossier van deze vrouw…

25 En een vrouw, die twaalf jaar aan bloedvloeiingen geleden had,
26 en veel doorstaan had van vele dokters en al het hare daaraan ten koste had gelegd en geen baat
had gevonden, maar veeleer achteruit was gegaan,
27 had gehoord, wat er van Jezus verteld werd, en zij kwam tussen de schare en raakte van achter zijn
kleed aan.
28 Want zij zeide: Indien ik slechts zijn klederen kan aanraken, zal ik behouden zijn.
(Marcus 5:25-28)


Volgens Marcus had deze vrouw al een rij dokters geconsulteerd en ze had al haar geld en bezittingen aan ‘ziekenhuisrekeningen’ uitgegeven. Stel je voor: hoe was de medische kennis in die dagen? Van veel doktersingrepen werd je waarschijnlijk niet beter. Maar de dokters werden vaak wel beter van jou…
We weten dus dat deze vrouw doodziek, sterk, bescheiden, vindingrijk en vasthoudend was, maar we weten nu ook dat ze volkomen blut was. Lucas wil zijn collega’s niet afvallen, maar Marcus heeft zijn oordeel geveld: de dokterrekeningen hadden de vrouw financieel geruïneerd en de medische adviezen en behandelingen hadden haar gezondheidstoestand alleen maar verslechterd!
De vrouw had liters bloed verloren, maar met zo’n medische geschiedenis was ze waarschijnlijk ook al haar vertrouwen in de macht en deskundigheid van mensen kwijtgeraakt!
Maar ze had gehoord over Jezus: de rabbi die wonderlijke genezingen op zijn naam had staan - al wilde Hij dat de genezen patiënten daar geen ruchtbaarheid aan gaven. Deze Jezus was haar laatste hoop - na alle mislukkingen wilde ze nog éénmaal alles op alles zetten om genezing te vinden. Ze zou het proberen: zonder misbaar, zonder ophef - één discrete aanraking zou genoeg voor haar zijn.

De vrouw strekt haar hand uit. Waar reikt ze naar? Hier heeft Marcus een belangrijk detail gemist dat dokter Lucas wèl is opgevallen… Welk deel van Jezus’ kleding raakt de vrouw aan?

De kwast van zijn kleed. Waarom dit detail? De kwast aan het kleed was voor een joodse man een bijzonder kledingattribuut. Hieraan is te zien dat Jezus zich kleedde zoals bij joodse mannen gebruikelijk was. Maar daarmee is niet alles gezegd. De kwast had een bijzondere functie en de sleutel vinden we terug in Numeri 15:

37 De Here nu zeide tot Mozes:
38 Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen, dat zij zich gedenkkwasten maken aan de hoeken van hun klederen, van geslacht tot geslacht, en dat zij in de gedenkkwasten aan de hoeken een blauwpurperen draad verwerken.
39 Dat zal u dan tot een gedenkkwast zijn; als gij daarnaar ziet, dan zult gij al de geboden des Heren gedenken en die volbrengen zonder uw hart of uw ogen te volgen, dat gij u daardoor tot overspel zoudt laten verleiden,
40 Opdat gij gedenkt en volbrengt al mijn geboden en heilig zijt voor uw God.
41 Ik ben de Here, uw God, die u uit het land Egypte heb uitgeleid om u tot een God te zijn; Ik ben de Here, uw God.
Numeri 15:37-41


De kwast was niet zomaar een versiersel, het was een gedenkkwast; een uiterlijk symbool dat verwees naar Gods heilige wet. Deze kwast had - zo zouden wij het nu zeggen - de functie van een What Would Jesus Do? armbandje! Maar dan in oudtestamentische zin: wat zegt de wet? Hoe moet ik leven?
Zou het toeval zijn dat de vrouw juist dit kledingattribuut aanraakte? Ik denk het niet! We zouden voorzichtig kunnen concluderen dat deze greep naar de gedenkkwast voor deze vrouw ook een zich uitstrekken naar de wet betekende. De mensen en hun instellingen hadden haar niet verder geholpen, zij vestigde met deze wanhoopsactie al haar hoop op God en zijn instellingen! Maar ze raakte niet de gedenkkwast van zomaar een joodse man aan; heel bewust zocht zij haar heil bij Jezus! Hij die niet op een opzichtige, uiterlijke, vormelijke manier aandacht voor Gods wet vroeg, maar wiens leven vervuld was van het doen van Gods wil!

Jezus zeide tot hen: Mijn spijze is de wil te doen desgenen, die Mij gezonden heeft, en zijn werk te volbrengen. (Joh. 4:34)

De vrouw strekte zich uit naar de wet van God. Dat was een daad van geloof die later door Jezus ook als zodanig erkend wordt: Dochter, uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede (48).
Maar met deze ontdekking - de betekenis van de gedenkkwast en de reden waarom deze vrouw juist haar hoop op dit kledingattribuut gevestigd had - zijn we er nog niet!
Mensen houden van symbolen en zetten beeldjes, foto’s, kaarten en kaarsjes neer. Veel van die symbolen hebben een diepe betekenis en kunnen dienst doen als gedenkteken. Maar in zichzelf hebben deze symbolen geen mysterieuze kracht! En het wonder zit ook niet in de aanraking van deze symbolen!
Voor de vrouw was het zich uitstrekken naar de gedenkkwast een daad van vertrouwen. Zij kon Jezus niet aanraken (dat kunnen wij nu ook niet meer!) maar zij zocht haar heil via Jezus bij God (en dat kunnen wij ook nog steeds!).

Op zich is het een studie waard om te kijken naar de geschiedenissen van mensen die in aanraking met Jezus kwamen. Denk aan de kinderen die Hij de handen oplegde, denk aan Johannes die zich aan Jezus’ borst wierp tijdens het laatste avondmaal, denk aan Thomas die zijn wonden mocht voelen…
Jezus liet zich aanraken!

Hoe belangrijk is een aanraking van mens tot mens! Wat erg is het dat we daar als koele Nederlanders vaak zo’n moeite mee hebben! Een arm om je heen, een aai over je hoofd, een hand op je schouder, een warme handdruk… Zoveel mensen worden niet - of op een respectloze manier, soms met verkeerde bedoelingen - aangeraakt! Weet je hoe belangrijk het is om aangeraakt te worden? Merk je het op dat iemand behoefte heeft aan menselijk contact? Durf je je hand naar een medemens uit te steken? Heb je je te vaak laten afschrikken? Schaam je je voor zo’n persoonlijke toenadering? En: doe je ook jezelf niet verschrikkelijk tekort door koel en afstandelijk te blijven?

Deze vrouw had al haar kracht en moed verzameld om zich uit te strekken naar Jezus. De gedenkkwast deed haar denken aan Gods heilige wet. Maar wat zei die wet over vrouwen als zij?

19 Wanneer een vrouw vloeit, namelijk de bloedvloeiing van haar lichaam heeft, dan zal zij zeven dagen in haar maandelijkse onreinheid blijven, en ieder die haar aanraakt, zal onrein zijn tot de avond.
20 Alles waarop zij in haar maandelijkse onreinheid ligt, zal onrein zijn, en alles waarop zij zit, zal onrein zijn.
21 Ieder die haar bed aanraakt, zal zijn klederen wassen, zich in water baden en onrein zijn tot de avond.
22 Ieder die een of ander voorwerp, waarop zij gezeten heeft, aanraakt, zal zijn klederen wassen, zich in water baden en onrein zijn tot de avond.
23 Indien hij iets aanraakt, dat zich op het bed of op het voorwerp waarop zij gezeten heeft, bevindt, dan zal hij onrein zijn tot de avond.
26 Elk bed waarop zij ligt, al de tijd dat zij vloeit, zal voor haar zijn als het bed van haar maandelijkse onreinheid, en elk voorwerp waarop zij zit, zal onrein zijn als in de onreinheid van haar maandelijkse onreinheid.
27 Ieder die deze dingen aanraakt, zal onrein zijn, zijn klederen wassen, zich baden in water, en onrein zijn tot de avond.
28 Maar indien zij van haar vloed rein geworden is, dan zal zij nog zeven dagen tellen en daarna zal zij rein zijn.
(Leviticus 15:19-28)


Op basis van deze voorschriften - onderdeel van de wet waar deze vrouw haar vertrouwen op stelde - was deze vrouwen al 12 jaar lang ritueel onrein. Ze waar onaanraakbaar. Het gaat ons voorstellingsvermogen al te boven om te denken hoe het moet zijn om 12 jaar lang bloed te verliezen; maar wat moeten we denken van een vrouw die 12 jaar lang verstoten is geweest? Wat betekent deze onreinheid voor een vrouw? Lichamelijk contact met een man was niet toegestaan - maar zelfs met een gewone, indirecte aanraking gaf zij haar onreinheid door!

Als we deze voorschriften uit Leviticus goed tot ons laten doordringen, dan betekent de aanraking van de vrouw dat Jezus ‘onrein was tot de avond’. Is dat voorstelbaar? Natuurlijk niet! Jezus leefde altijd in een onreine omgeving. Hij was uit de hemel neergedaald en ontvangen in een stal! Hij was niet bang voor het ‘waar je mee omgaat, daar wordt je mee besmet’-gevaar. Jezus kon niet onrein worden door de aanwezigheid of aanraking van zondige mensen! Hij was ook niet bang voor de omgang met uitgestotenen, verworpenen, hoeren, tollenaars, schriftgeleerden en andere theologen! Zelfs melaatsen kwamen (tot schrik van de omstanders!) in aanmerking voor een aanraking van Jezus! Wat een voorbeeld!

Via de brievenrubriek van Visie heeft iemand gereageerd op de EO-uitzendingen over Herman Brood. De briefschrijver vond het maar niets dat Henk Binnendijk en de actualiteitenrubriek ‘2 Vandaag’ zich had ingelaten met zo’n zondig type! Nog altijd roepen de schijnheiligen van deze tijd: ‘Schande, schande!’ Maar gelukkig heeft de brief ook een paar mooie reacties opgeleverd (lees ze allemaal in de Visie van deze week!). Een van die brieven lees ik u hier vrijwel geheel voor:

“Is het niet zo dat wij christenen dicht bij God en dicht bij mensen willen en horen te zijn, ook bij mensen zoals Herman Brood! De Here Jezus hield van de overspelige vrouw en van Levi de tollenaar. Hij wilde zelfs bij hem eten. Hij moest in zijn huis zijn, en Jezus’ voeten werden gezalfd door de vrouw die afgekeurd was door de geleerde mannen, waarom dan veroordelen? Niemand dat alleen God wist wat er in het hart van Herman leefde. Ik ben blij met een EO die ook aandacht heeft voor dit soort onderwerpen, want de Here Jezus houdt van een ieder van ons zoals we zijn. Niettemin keur ik Hermans levensstijl niet goed. Wij mensen gaan niet over leven en dood, wij mensen horen niet onszelf stuk te maken aan drank en drugs, maar ook Herman Brood was geschapen door God, en een parel in Zijn warme Vaderhand.”

Jezus is vol liefde voor mensen. Juist voor de mensen die met de nek worden aangekeken en voor de mensen die in menselijke ongenade zijn gevallen heeft Hij extra aandacht. Hij laat je niet zomaar vallen! Soms laat Hij je door een donker dal gaan. Soms laat Hij toe dat je wordt blootgesteld aan ziekte en pijn. Op het moment dat het onheil je treft, kun je vrijwel nooit zien waartoe dat gebeurt. Je bent apathisch, verontwaardigd, wanhopig en verdrietig. Soms besef je achteraf dat er iets goeds gekomen is uit de narigheid die je hebt moeten meemaken. Je gezondheid is misschien verwoest, maar geestelijk ben je gegroeid. Je heb je zelfvertrouwen misschien verloren, maar je hebt je geloof in God hervonden. Je hebt het verdriet en de pijn van eenzaamheid doorstaan, zodat je nu uit eigen ervaring kan delen in het verdriet, de pijn of de eenzaamheid van een ander. God gaat soms een moeilijke weg, maar Hij alleen kent het einddoel!

Jezus maakt het de vrouw ook niet gemakkelijk. Twaalf jaar lang is ze van het kastje naar de muur gestuurd. Twaalf jaar lang heeft ze lichamelijk, geestelijk en financieel moeten bloeden. Twaalf jaar lang heeft ze gehoopt op een mogelijkheid om zich uit te strekken naar een wonder en nu is het eindelijk gelukt! Ze heeft Jezus - of tenminste de kwast van zijn mantel - aangeraakt.

Hoe reageert Jezus op die aanraking? Als gestoken!

45 En Jezus zeide: Wie is het, die Mij heeft aangeraakt?

Het moet geklonken hebben als een beschuldiging, want allen ontkennen in eerste instantie. Petrus heeft de moed om een weerwoord te geven:

En terwijl allen het ontkenden, zeide Petrus: Meester, de scharen drukken en verdringen U.

In het gedrang en gewoel moet Jezus talrijke keren zijn aangeraakt. Maar die indirecte - ongemerkte - aanraking van de vrouw wil Jezus niet ongemerkt voorbij laten gaan. Ik denk dat Hij gestopt is, zich omgedraaid heeft en zoekend in de rondte keek. Hij wist dat iemand hem had aangeraakt - Hij voelde dat er kracht van Hem was uitgegaan (46).
De vrouw - wier krachten 12 jaar lang volledig weggevloeid waren - werd op een mysterieuze wijze ‘opgeladen’ door Jezus. Hij gaf kracht aan haar door en het wonder gebeurde: het bloeden hield op!

Jezus had deze aanraking kunnen negeren - dat lijkt menselijk gezien de beste oplossing. Geen oponthoud voor Jezus, Jaïrus en zijn dochtertje én geen publieke commotie over de aanraking door een onreine vrouw. Maar Jezus vestigde bewust de aandacht op deze vrouw. Hij haalde haar uit de anonimiteit. Niet om haar publiekelijk te schande te zetten, maar om een spotlight te zetten op het geloof van deze leeggebloede vrouw!

De vrouw komt bevend naar voren en verklaart voor al het volk (47) dat zij het was die Jezus ‘onrein’ had gemaakt. Jezus maakt duidelijk dat Hij prima bestand is tegen zo’n aanraking en dat zij van Hem niets te vrezen heeft! Sterker nog: Hij neemt deze afgewezen en uitgestoten vrouw publiekelijk aan:

48 En Hij zeide tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede.

Maak je los uit de massa, kom voor de dag met je problemen - ook met je meest intieme pijn en temidden van de verdrietigste omstandigheden - strek je hand uit naar Jezus en raak de kwast van zijn mantel aan! Ontvang genezing en laat zijn kracht door je leven stromen…

De mensen hebben je misschien buitengesloten, je voelt je weggedrukt en gemarginaliseerd - maar Jezus heeft je gezien, Hij heeft jouw voorzichtige aanraking gevoeld en Hij stelt je in het middelpunt van de belangstelling…

Heb je je heil bij Jezus gezocht? Heb je je hand in stil vertrouwen naar Hem uitgestrekt?

Dan zegt Hij het vandaag ook tegen jou:

Dochter (zoon), je geloof heeft je behouden, ga heen in vrede!

Amen.


Opwekking: Heer raak mijn hart aan



Zegenbede (Filippenzen 4:4-9)

4 Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!
5 Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Here is nabij.
6 Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God.
7 En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.
8 Voorts, broeders, al wat waar, al wat waardig, al wat rechtvaardig is, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al wat deugd heet en lof verdient, bedenkt dat;
9 wat u geleerd en overgeleverd is, wat gij van mij gehoord en gezien hebt, breng dat in toepassing en de God des vredes zal met u zijn.


Comments: Een reactie posten

<< Home

Archives

This page is powered by Blogger. Isn't yours?