Spreek!

BIJBELSTUDIES / PREKEN

14.4.01

 
Lucas 24 : 13-35
‘De Emmaüsgangers’

13 Diezelfde dag gingen twee leerlingen op weg naar een dorp ongeveer twaalf kilometer van Jeruzalem. Het heette Emmaüs.
14 Ze spraken met elkaar over alles wat er gebeurd was.
15 Terwijl ze daar zo over aan het praten waren, kwam Jezus zelf bij hen [1] en liep met hen mee.
16 Maar ze herkenden hem niet, verblind als ze waren.
17 [2] ‘Waarover lopen jullie te praten?’ vroeg hij hun. Somber bleven ze staan.
18 Een van hen, Kleopas, antwoordde: ‘U woont in Jeruzalem, en zou als enige niet weten wat daar de afgelopen dagen gebeurd is?’
19 [3] ‘Wat dan?’ vroeg hij. ‘Wat er gebeurd is met Jezus van Nazaret,’ zeiden zij. ‘Die man was een profeet. Voor het oog van God en van het hele volk zei en
deed hij dingen die van grote macht getuigden.
20 Onze opperpriesters en leiders hebben hem uitgeleverd om hem ter dood te laten veroordelen en hebben hem aan het kruis laten slaan.
21 En wij hoopten dat hij het was die Israël zou bevrijden! Maar inmiddels is het alweer de derde dag sinds dat gebeurd is.
22 Wel hebben enkele vrouwen van onze groep ons in verwarring gebracht. Ze zijn vanmorgen vroeg naar het graf gegaan
23 en hebben zijn lichaam niet gevonden. Ook zeiden ze dat er engelen aan hen waren verschenen die vertelden dat hij leeft.
24 Een paar van ons zijn toen naar het graf gegaan; en het was zoals de vrouwen gezegd hadden. Maar hem hebben ze niet gezien.’
25 Toen zei hij tegen hen: [4] ‘Wat zijn jullie toch dom, wat aarzelen jullie toch om te geloven wat de profeten allemaal gezegd hebben!
26 [5] Moest de Christus dat alles niet lijden om zijn glorie binnen te gaan?’
27 En hij legde hun uit wat er over hem in de hele Schrift staat, te beginnen bij Mozes en al de profeten.
28 Intussen naderden ze het dorp waar ze heen wilden. Hij deed alsof hij verder wilde gaan,
29 maar [6] zij hielden hem tegen en zeiden: ‘Blijf bij ons; de dag is bijna om en het wordt al donker.’ Hij ging mee en bleef bij hen.
30 Toen hij met hen aan tafel was, nam hij het brood, sprak het zegengebed uit, [7] brak het brood in stukken en gaf het hun.
31 Toen gingen hun ogen open en ze herkenden hem; [8] en toen zagen ze hem niet meer.
32 En ze zeiden tegen elkaar: [9] ‘Brandde ons hart niet in ons toen hij onderweg met ons praatte en de Schrift voor ons opende?’
33 [10] Ze stonden onmiddellijk van tafel op en keerden naar Jeruzalem terug. Daar vonden ze de elf en de anderen van hun groep bijeen.
34 Die zeiden tegen hen: ‘De Heer is werkelijk door God opgewekt en is aan Simon verschenen!’
35 Toen vertelden zij wat hun onderweg was overkomen en hoe ze hem hadden herkend toen hij het brood brak.



1) Iemand loopt mee!
Denk aan je eigen levensweg. Je voelt soms niet dat Jezus bij je is. Misschien ben je zo gelukkig dat een reisgenoot hebt die met je gaat en met wie je goed kunt praten. Jezus lijkt soms heel ver weg en je kunt ontzettend eenzaam zijn in je verdriet. ”Ik zal de wereld door betraande ogen zien. Misschien zie ik dan dingen die ik met droge ogen niet had kunnen ontdekken.” (Nicholas Wolterstorff)

In een periode van verdriet leer je om naar binnen te kijken. Jezus lijkt wel, maar is niet ver weg! Juist in je verdriet - als je door tranen van buiten en van binnen (een huilend hart) niet meer kunt zien dat Hij er is - komt Hij heel dichtbij. Hij haalt je in en komt naast je lopen. Twijfel niet, ook als je Hem niet direct herkent: Jezus leeft, Hij is er!
En: blijf bidden - ook als je de aanwezigheid van Jezus niet ervaart! De moedige Deense schrijver, dichter en dominee Kaj Munk schreef: “Het gebed is iets op zich zelf, het heeft zijn eigen leven. Zelfs al kun je het niet verder volgen dat tot het plafond, dan kan het toch heel goed zijn weg alleen voortzetten tot boven de sterren.”

2) Waarover praat je?
Jezus kwam plotseling naast de wandelaars lopen. Hij is getuige van het gesprek van de mannen op weg naar Emmaüs. Stel je voor dat Jezus - als volslagen onbekende - getuige is van de gesprekken die wij onderweg in het leven voeren. Zal Hij trots op ons zijn? Kan Hij instemmen met ons gespreksonderwerp? Waar hebben we het over? Het weer? De politiek? De economie? De sport? Zijn we vol van Jezus?
Wat moet Jezus blij geweest zijn met deze twee vrienden! Ze waren kapot van het verlies van hun Meester. En: ze raakten er niet over uitgepraat.
Zou Jezus moeite hebben gehad om zich niet dadelijk aan hen bekend te maken? Hij moet zich gevoeld hebben als Jozef, onderkoning van Egypte. Zijn broers herkennen Hem nog niet.
“Toen kon Jozef zich niet langer bedwingen voor allen die bij hem stonden, en hij riep: Laat allen van mij weggaan. En daar stond niemand bij hem, toen Jozef zich aan zijn broeders bekend maakte.” (Genesis 45:1).
Jezus moet ontroerd geweest zijn, Hij moet een enorme drang gevoeld hebben om Zich aan zijn vrienden bekend te maken, maar Hij koos er nu nog voor om even te wachten. Wie heeft er grotere zelfbeheersing dan onze Heer? En waarom liet Hij zijn vrienden in het ongewisse? Dat zien we nu…

3) Vertel het Me maar!
Jezus liet de Emmaüsgangers het hele verhaal vertellen. Hij hield zich onwetend, deed alsof Hij een buitenstaander was. De vrienden konden het niet begrijpen. Hun hele wereld was in elkaar gestort - iedereen moest toch ondersteboven zijn van de tragische gebeurtenissen? Iemand die getroffen is door een tragedie, kan niet begrijpen dat een ander door gaat met het leven ‘alsof er niets gebeurd is’. Was de onbekende medereiziger zo iemand? Of hield Hij zich onwetend?
‘Wat dan?’ vraagt Jezus. Hij nodigt de Emmaüsgangers uit om hun verhaal te doen. Doen wij dat ook met iemand die getroffen is door een groot verdriet? Met iemand meelopen, een paar eenvoudige vragen stellen, iemand de ruimte geven om zijn hart te luchten? Dat is heel belangrijk voor de verwerking!
Je mag blij zijn met zo’n luisterend oor. Maar ook als je niet iemand naast je hebt die geduldig en vol liefde naar je luistert, is Jezus de beste Pastor die je wensen kan. Natuurlijk zijn alle dingen Hem bekend, tot in de details! Maar Hij nodigt je uit om alles aan Hem te vertellen. Is je leven vol van moeite en zorgen? Zeg het aan Jezus! Zeg het aan Jezus!

Uit een pastoraal boekje:
“Misschien willen we niet praten over onze verdrietige ervaringen, maar dat kan juist helpen om aansluiting bij anderen te vinden. Vaak merken wij daarbij dat zij om ons geven en dat heeft een genezend effect. Luisteren naar een vriend of familielid die zijn verhaal kwijt moet, kan bijdragen aan het herstel.
Probeer te luisteren zonder advies te geven of valse geruststelling aan te bieden.
Als mensen veel emoties tonen, dan kun je het beste kalm en rustig naast hen gaan zitten.” (International Bibel Society, Rebuilding Life, p. 4).


Dat is wat Jezus doet: Hij geeft de Emmaüsgangers alle ruimte om hun verhaal te doen. Daarna komt Hij pas met Zijn boodschap.

“Verdraagt elkanders moeilijkheden; zo zult gij de wet van Christus vervullen.” (Galaten 6:2).

4) ‘Je was een beetje dom’
Jezus wil het hele verhaal aanhoren. Maar Hij draait niet om de waarheid heen: “Wat zijn jullie toch dom, wat aarzelen jullie toch om te geloven wat de profeten allemaal gezegd hebben!” zegt Hij tegen de Emmaüsgangers.
‘Je was een beetje dom,’ zei prinses Maxima onlangs over een stomme opmerking van Willem Alexander. Dat is een hele geruststelling: ook prinsen zijn niet altijd verstandig… Maar dom is dom, en dat moet gezegd worden. Jezus verbaast zich over de ongelofelijke onwetendheid van zijn vrienden. Ze hebben de beste bijbelleraar gehad die je maar kunt wensen, en ze hebben het nog niet begrepen! Dom of niet?

Hoe slim zijn wij? Geloven wij wat de profeten gezegd hebben?
Hoe reageren wij als Jezus terugkomt? Zeggen we dan verbaasd: “Nee maar, het is dus toch echt waar!?” of zeggen we: “Zie je wel! Dat heb ik altijd al geloofd en gezegd!!”
Wees niet dom, geloof Jezus op zijn Woord.

5) Maar dat wist je toch?
Jezus geeft onderweg de beste bijbelstudie uit de geschiedenis. Wat jammer dat zijn woorden niet opgeschreven zijn! Welke teksten heeft Hij aangehaald? Het was in ieder geval voldoende om het hart van de Emmaüsgangers in brand te steken. We weten het natuurlijk niet, maar misschien heeft Jezus deze teksten wel aangehaald over zijn vernedering en verhoging:

Genesis 3:15
Het zaad van de vrouw zal de kop van de slang vermorzelen

Psalm 22
Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?

Psalm 69
Ik had honger en zij gaven mij gif, ik had dorst en ik kreeg azijn.

Psalm 110
Mijn koning, God zegt tegen u: ‘Neem plaats aan mijn rechterzijde, ik zal uw vijanden neerleggen als een bank voor uw voeten.’

Jesaja 53
Hij heeft onze ziekten gedragen, al ons leed op zich genomen. Maar wij zagen hem als een uitgestotene, door God geslagen en vernederd. Om onze zonden werd hij doorboord, onder onze schulden vermorzeld. De straf die hij onderging, bracht ons de vrede; de wonden die hij opliep, brachten ons genezing.

Jeremia 31
Dit is het nieuwe verbond dat ik met Israël ga sluiten: Ik zal mijn wet in hun hart schrijven. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. Dan hoeft niemand een ander nog te zeggen wie ik ben, want iedereen, van groot tot klein, zal mij kennen. Ook zal ik hun zonden vergeven en niet meer denken aan wat ze gedaan hebben.’

Zacharia 9
Juich, inwoners van Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde, stad op de Sion. Kijk! Daar komt je koning, hij komt naar je toe. Hij is rechtvaardig en brengt bevrijding. Hij is eenvoudig, hij rijdt op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin.

Zacharia 13
De almachtige Heer zegt: ‘Zwaard, ontwaak! Val mijn herder aan, de man met wie ik mij verbonden heb. Dood die herder!’

Maleachi 3
Ik, de Heer, naar wie jullie uitkijken, ik kom plotseling naar mijn tempel.
Hadden de Emmaüsgangers kunnen weten dat de Christus moest lijden om zijn glorie binnen te gaan? De teksten van Mozes en de profeten waren duidelijk genoeg! Dat we dat niet eerder gezien hebben! (We waren een beetje dom…)

6) Laat Hem niet gaan!
De Heer kan ons geloof op de proef stellen. Soms hebben we het gevoel dat Hij een andere kant op gaat en niet langer bij ons wil blijven. Klamp je vast aan Jezus! Laat Hem niet gaan! Al houd je maar de zoom van zijn kleed vast, Hij zal je kracht geven!
Als je zo’n Vriend gevonden hebt, dan wil je dat Hij altijd bij je blijft. Je wilt dat Hij bij je in huis komt. Je wilt dat Hij met je praat, met je eet, met je drinkt, met je slaapt. Zo’n Vriend is Jezus. Hij dringt zich niet aan ons op, Hij laat zich ontvangen. Nodig Hem uit in je huis, laat Hem binnen en laat Hem nooit meer gaan!

7) Hij breekt het brood!
Soms herken je iemand niet, omdat je hem in een ongebruikelijke omgeving tegenkomt. Ik ken hem of haar, maar waarvan ook al weer? denk je dan. Het moment waarop Jezus het brood breekt: daar zie je onmiskenbaar Jezus! Al die tijd hebben ze naast Hem gelopen. Ze hebben vol bewondering naar zijn uitleg geluisterd. Ze hebben Hem aangeklampt en gevraagd om vooral niet weg te gaan. Maar al die tijd - geloof het of niet - hebben ze Hem niet herkend. Hoe kan dat nou!? Misschien door hun betraande ogen. Misschien door hun droevige hart. Misschien omdat ze door de Heer met een vorm van blindheid waren geslagen. Misschien omdat Jezus er in zijn opstandingslichaam toch wezenlijk anders uitzag. Hoe dan ook: bij het breken van het brood gaan hun ogen open. Nu zien zij dat het Jezus is! Het moment van geestelijk inzicht, het moment waarop je ziet Wie Jezus is, dat is de seconde waarin de waarheid tot je doordringt: Hij, de Koning der koningen, wil bij zondige mensen komen en gemeenschap met ons hebben. Het breken van het brood - het allereerste heilig avondmaal na Zijn opstanding… Jezus is Dezelfde - leer Hem (her)kennen bij het breken van het brood.

8) Plotseling is Hij weer weg.
Zo plotseling als Hij gekomen is, zo plotseling was Jezus weer weg. Je wilt Hem vasthouden, Hij wil bij je komen, maar Hij heeft de vrijheid om weer weg te gaan wanneer de tijd daar is. Dat komen we overal in de evangeliën tegen; de mensen wilden Jezus bij zich houden, maar dat lukte niet altijd. Soms laat Hij ons alleen zodat we zijn kracht kunnen ervaren.
“Maar het is waar wat ik jullie zeg: het is beter voor jullie dat ik wegga. Want als ik niet wegga, zal hij die jullie moet bijstaan, niet komen.” (Johannes 16 : 7)
“En, wees er zeker van: ik ben bij jullie, van dag tot dag, tot aan de voltooiing van de wereld.” (Mattheüs 28:20)
Hij heeft ons niet als wezen achtergelaten. Wij hebben de Trooster, de heilige Geest van God ontvangen. En wij hebben zijn Woord!
“Als u mijn woorden vasthoudt, bent u werkelijk volgelingen van mij; u zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken.” (Johannes 8 : 31, 32).

Jezus is nog altijd bij ons: door zijn Woord en door zijn Geest!

9) Sta jij in vuur en vlam?
De Emmaüsgangers waren dan misschien ‘een beetje dom’, maar het is ook duidelijk dat ze vol waren van hun Heer en enthousiast over het Woord! ‘Brandde ons hart niet in ons toen hij onderweg met ons praatte en de Schrift voor ons opende?’
Een brandend hart: dat is hartstocht, PASSIE voor Jezus! (Passie = Pasen, enthousiasme = vol van God zijn!) Wat hebben we dat vandaag nodig in de kerk van Christus!
De kerk van Laodicea kreeg een pijnlijk verwijt te horen uit de mond van de Alfa en Omega:
“Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet. Waart gij maar koud of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen.” (Openbaring 3:15,16)Jezus heeft geen behoefte aan mensen die Hem wel een goede leraar of een groot profeet vinden. Hij wil mensen die Hem erkennen als Heer en van harte liefhebben. Hij wil mensen die zich vol van zijn Geest willen inzetten voor het Koninkrijk. PASSIE! Dat is vandaag - meer dan ooit - nodig in de gemeente van Jezus Christus!

10) Sta op en breng het nieuws!
Nogmaals: de Emmaüsgangers waren dan misschien ‘een beetje dom’; het waren in ieder geval geen zittenblijvers. Na de verschrikkelijke gebeurtenissen in Jeruzalem gingen zij terug naar huis. En na de ontmoeting met hun Heer, bij het breken van het brood, staat er: “Ze stonden onmiddellijk van tafel op en keerden naar Jeruzalem terug.”

De opgestane Heer veranderde de Emmaüsgangers in Jeruzalemgangers! Ze hadden een ontmoeting met Jezus gehad - en ieder die een ontmoeting met de levende Heer heeft gehad - kàn niet stil blijven zitten! Opstanding doet opstaan!
Heb je de Heer ontmoet in het breken van het brood? Kom in beweging! Heb je bij het schenken van de wijn Zijn sprankelende Geest ervaren? Kom in beweging! Het goede nieuws moet gehoord worden: Jezus leeft!

Iedereen moet het weten: eerst in Jeruzalem - en vervolgens overal op aarde. Tot Jezus komt en we Hem in zijn ogen vol liefde mogen zien. Zullen we ons door zijn komst laten verrassen? Zal Hij nog geloof vinden? Zullen we Hem herkennen? Zal Hij ons herkennen?

Amen.

Comments: Een reactie posten

<< Home

Archives

This page is powered by Blogger. Isn't yours?