Zondag 19 november 2000
De uitnemende positie van Jezus Christus
Paulus onderweg naar Damascus
(Handelingen 9:5) “Wie zijt Gij, Here? En Hij zeide: Ik ben Jezus, die gij vervolgt.”Als Paulus de brief aan de Kolossenzen schrijft, weet hij inmiddels Wie Jezus is… De gemeente te Kolosse moet ook vernemen welke uitzonderlijk verheven positie Jezus Christus inneemt.
Achtergrond
Kolosse was een kleine plaats in het huidige Turkije (Klein Azie) in de buurt van de grotere steden Laodicea en Hierapolis (landinwaarts bij Efeze in de Lycus-valei). Paulus schrijft deze brief vanuit zijn gevangenschap in Rome. Het is een rondzendbrief - de gemeente wordt gevraagd om de brief door te geven aan Laodicea (en andersom). Men denkt dat Paulus Kolosse nooit heeft bezocht en dat de gemeente (een huisgemeente bij Filemon!) is gesticht door Epafras (“Een der uwen” 4:12). Epafras zou tijdens het zendingswerk van Paulus te Efeze tot geloof gekomen zijn. Deze Epafras is naar Rome gegaan om Paulus om raad te vragen. Er moet een dwaalleer bestreden worden die de waarheid van het evangelie bedreigt.
De benadering van Paulus is positief. Hij geeft onderwijs en legt niet te veel nadruk op de valse leer. Veel gelovigen waren misleid en slecht geïnformeerd.
LEZEN: KOLOSSENZEN 1:13-23
“Hij (God) heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden.
Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is voor alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is.
Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken, en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is.
Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend, in het lichaam zijns vlezes, door de dood, om u heilig en onbesmet en onberispelijk voor Zich te stellen, indien gij slechts wel gegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie, dat gij gehoord hebt en dat verkondigd is in de ganse schepping onder de hemel, en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben.”
Paulus heeft veel goeds gehoord over de gemeente te Kolosse.
Kol. 1:3-5 (geloof, hoop en liefde!)
“Wij danken God, de Vader van onze Here Jezus Christus, te allen tijde bij ons bidden voor u, daar wij gehoord hebben van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde, die gij al de heiligen toedraagt, om de hoop, die voor u is weggelegd in de hemelen.”
Kol. 2:5 (orde en hechtheid van geloof)
“Want al ben ik naar het vlees afwezig, naar de geest ben ik bij u en ik zie met blijdschap de orde, die bij u heerst, en de hechtheid van uw geloof in Christus.”
Maar er is ook reden voor zorg! Gevaarlijke dwalingen
De jonge christengemeenschap in Kolosse werd bedreigd door verkeerde opvattingen, van binnen en buiten de gemeente. Door de diaspora (verstrooiing) waren er overal in het Romeinse rijk Joodse bevolkingsgroepen. Zij werden over het algemeen redelijk met rust gelaten. Onder deze Joden waren ook christenen. Het jonge christendom krijgt te maken met terugval in a) Joods wetticisme (bijvoorbeeld de besnijdenis, voedselwetten en het strikt houden van de sabbat) en b) filosofische invloed van de Hellenistische (Griekse cultuur).
Het evangelie komt niet in een vacuüm, maar in bezet gebied. Geleidelijk aan kan er vermenging plaatsvinden van de waarheid met de leugen. Soms kan de leugen ook de gemeente binnendringen!
Overheersende cultuur: Grieks. Gekenmerkt door filosofie (wijsbegeerte) en retorica (welsprekendheid). Er waren mensen die zich lieten voorstaan op hun kennis en die zich bedienden van hoogdravende woorden. Het gevaar bestond dat de mensen in de gemeente zich hierdoor lieten imponeren en geen antwoord hadden op de valse beweringen.
Wat was die valse leer? Dat wordt niet in detail beschreven, maar je kunt aan de weerleggingen van Paulus zien welke dwalingen er verkondigd werden. Paulus was ook geleerd en welbespraakt. Hij gebruikt de terminologie en sommige ideeën van het Griekse denken om de dwaalleraars op eigen terrein te verslaan... Jullie willen kennis? Ik geef jullie geen kromme dwaalleer, maar de rechte kennis van God!
Kol. 1:9 en 10
Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis (gnosis) van zijn wil vervuld worden, in alle wijsheid (sophia) en geestelijk inzicht, om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in de rechte kennis van God. Kol. 2:2,3 opdat hun harten getroost en zij in de liefde verenigd worden tot alle rijkdom van een volledig inzicht, en zij het geheimenis (mysterion) Gods mogen kennen, Christus, in wie al de schatten der wijsheid en kennis verborgen zijn.
Valse opvattingen: een mix van Grieks occultisme/joods wetticiseme/elementen uit het christelijk denken
‘Gnosis’ voorbehouden aan een elite. Alleen de ‘verlichte bovenlaag’ kon doordringen tot het mysterie van het goddelijke. Voor ‘gewone’ gelovigen was dit onbereikbaar. Plato had zijn ideeënleer; de opvatting dat deze stoffelijke wereld niet de ‘echte’ wereld was. De ‘echte’ wereld bestaat uit abstracte ideeën, die alleen door de goden en door ‘verlichte geesten’ begrepen kunnen worden. De Grieken hadden een hele galerij (pantheon) van goden verzonnen: de ‘goddelijke volheid’ (waarschijnlijk ook een begrip uit de valse leer). Deze goddelijke wezens woonden verspreid in de kosmos. Sommige joden probeerden aan te sluiten op deze denkwereld door de goden te vervangen door engelen. God is één - zo was het uitgangspunt van de Joden - maar je kon natuurlijk wel een hele hiërarchie van engelen tussen God en mensen in plaatsen… Men leefde onder een hemel vol goden en machten. Paulus erkent het bestaan van een geestelijke wereld, maar maakt duidelijk dat deze volledig onderworpen is aan Jezus Christus. Kol. 1:16
“…want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen.”
Kol 2:15 “Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd.”
De Grieken hadden verschillende methoden bedacht om ‘op te klimmen tot het goddelijke’. Soms leerde men dat je je van alle aardse geneugten moest onthouden (zelfdiscipline, ascese) , soms beweerde men dat je jezelf juist helemaal niets hoefde te ontzeggen omdat de materiele wereld toch niets voorstelde (hedonisme). Paulus stelt zich op tegen deze twee (tegengestelde) dwalingen. Ascese (onhouding). Kol. 2 20-23 “Indien gij met Christus afgestorven zijt aan de wereldgeesten, waartoe laat gij u, alsof gij in de wereld leefdet, geboden opleggen: raak niet, smaak niet, roer niet aan; dat alles zijn dingen, die door het gebruik teloorgaan, zoals het gaat met voorschriften en leringen
van mensen. Dit toch is, al staat het in een roep van wijsheid met zijn eigendunkelijke godsdienst, zijn nederig-heid en zijn kastijding van het lichaam, zonder enige waarde (en dient slechts) tot bevrediging van het vlees.
Deze onthouding maakt mensen juist trots en brengt ze geen streep dichter bij God!
Paulus neemt ook stelling tegen mensen die denken dat ze zich aan alles te buiten kunnen gaan:
1 Kor. 6:12,13
“Alles is mij geoorloofd, maar niet alles is nuttig. Alles is mij geoorloofd maar ik zal mij door niets laten knechten. Het voedsel is voor de maag en de maag voor het voedsel, en God zal zowel het een als het ander teniet doen. Maar het lichaam is niet voor de hoererij, doch voor de Here, en de Here voor het lichaam.”
Volgens de dwaalleraren was Jezus niet volledig mens én volledig God. Het was immers ondenkbaar dat het hemelse deel kon hebben aan her aardse. Jezus zou slechts een van de semi-goddelijk wezens zijn die voor een overbrugging tussen God en mensen kon zorgen. Verlichte geesten zouden zich speciale kennis kunnen verwerven waardoor zij de ‘volheid’ zelf konden bereiken.
De dwaalleer die door Paulus bestreden wordt, bestaan uit (tenminste) drie leugens:
1) Jezus heeft niet de positie boven alle overheid en macht, maar is gewoon één van de middelaren
2) Uiterlijke religiositeit en tradities kunnen het heil brengen (besnijdenis, voedselwetten, speciale feestdagen) Kol. 2:23 Dit toch is, al staat het in een roep van wijsheid met zijn eigendunkelijke godsdienst, zijn nederigheid en zijn kastijding van het lichaam, zonder enige waarde (en dient slechts) tot bevrediging van het vlees.
3) de ware wijsheid is alleen weggelegd voor een groepje ‘ingewijden’ Kol 2:18 “Laat niemand u de prijs doen missen door gewilde nederigheid engelenverering, als ingewijde in wat hij heeft aanschouwd, zonder reden opgeblazen door zijn vleselijk denken…”
Het zijn dezelfde leugens die ook in onze tijd het geestelijk denken kunnen vervuilen!
Paulus weerlegt de dwaalleer op een positieve manier. Hij doet dat door te wijzen op de uitnemende plaats die Christus inneemt.
Wat zegt Paulus dan over de positie van Christus?
1 HIJ IS DE KONING (VERS 13)
“Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde…”
Jezus getuigt zelf van zijn Koningschap. In Joh. 18:36 spreekt Hij over
“Een koninkrijk niet van deze wereld”. In Matt. 28:18 (zendingsbevel) zegt Hij:
“Mij isgegeven alle macht in de hemel en op aarde” Ook Paulus getuigt van de verheven positie die Christus bij God inneemt Ef. :20-22
“…aan zijn (Gods) rechterhand in de hemelse gewesten, boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de oekomende eeuw. En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld…”
In Openbaring 1:5 wordt Jezus
“de overste van de koningen der aarde” genoemd. Vers 6 gaat verder:
“…en Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt.”
2 HIJ IS DE VERLOSSER (VERS 14)
“(Jezus) in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden.”
Verlossing betekent hier: bevrijding door betaling van de losprijs. Onder het oude verbond kon men door offers alleen ‘de rente afbetalen’. De rekening kon pas volledig worde voldaan door het volmaakte offer van Jezus Christus.
In Matt. 20:28 zegt Jezus dat
“…de Zoon des mensen niet gekomen is om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.” Die verlossing betekent: bevrijding van zonde (14), bevrijding uit gevangenschap / gebondenheid.
3 HIJ IS HET BEELD VAN DE ONZICHTBARE GOD (VERS 15)
“ Hij is het beeld van de onzichtbare God”.
Hier wordt de uitdrukking ICOON gebruikt. Een afbeelding, een gelijkenis.
De evangelist Johannes zegt (Joh. 1:18)
“Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.” De Heer zegt zelf:
“Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien” (Joh. 14:9). Ook de schrijver van de Hebreeën-brief geeft Jezus de juiste plaats: Hebr. 1:3
“Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen”.
Wie niet ziet dat Christus het beeld God is, die is blind - zo zegt Paulus in 2 Kor. 3
“Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is.”
Jezus geeft ons een zichtbaar beeld van de onzichtbare God! Dat is ook waar voor ons die Hem kunnen zien in zijn Woord.
4 HIJ IS DE EERSTGEBORENE DER GANSE SCHEPPING (VERS 15)
“ Hij is het beeld van de onzichtbare God”.
Dit heeft betrekking op de positie van Christus! Deze tekst moet begrepen worden in de context van wat de gehele Bijbel over Jezus leert. Jezus is zelf geen schepsel - Hij is de Schepper. Hij kent geen begin en geen eind. Hij neemt in de rangorde de Eerste plaats in. Vergelijk de positie van David (de jongste van 8 broers…) in Ps. 89:28
“Ja, Ik zal hem tot een eerstgeborene stellen, tot de hoogste van de koningen der aarde.” In Joh. 1 lezen we:
“In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.”
De Jehova’s Getuigen voegen in dit deel van Kolossenzen 1:16,17 steeds het woord ‘overige’ toe aan ‘alle dingen’. Op deze manier kunnen ze de leugen volhouden dat Jezus een schepsel is. Christus is de 2e Adam - en in die zin is Hij de eerste van een nieuwe schepping. Dit zegt iets over zijn positie als erfgenaam met eerstgeboorterecht, maar het betekent niet dat Jezus Christus onderdeel van de aardse schepping is!
5 HIJ IS DE SCHEPPER VAN ALLE DINGEN (VERS 16, 17a)
“Want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en
de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten”Hebr. 1:1,2
“Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten,
heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft.”
Vers 16 zegt:
“alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen” Hij is oorsprong en doel van de schepping! Vers 17 stelt dat Christus “voor alles” is.
6 HIJ IS DE ONDERHOUDER VAN ALLE DINGEN (VERS 17b)
“Want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en
de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten”
Alle dingen hebben hun bestaan in Hem. Hij IS het Leven. Als Jezus er niet zou zijn, zou er NIETS zijn. Joh. 1:3
“Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.”
Hebr. 1:3
“Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord zijner kracht...”Het gehele bestaan, de gehele scheppingsorde is totaal afhankelijk van Jezus Christus.
7 HIJ IS HET HOOFD VAN HET LICHAAM (VERS 18)
“en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente.”
Hier wordt gesproken over ‘Ekklesia’ - een groep geroepenen. Zowel de universele Gemeente (los van plaats en tijd) als de gemeente op een bepaalde plaats en tijd. Hij geeft samenhang, sturing, leiding aan dit lichaam. Zonder het hoofd is het lichaam reddeloos verloren.
8 HIJ IS HET BEGIN, DE EERSTGEBORENE UIT DE DODEN (VERS 18)
“Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is.”
Jezus is in oorsprong de Eerste (in tijd en rangorde) en Hij is de Meest Eminente (vooraanstaande). Waren er niet eerder mensen uit de dood teruggekeerd? Jawel, denk maar aan Lazarus en aan het dochtertje van Jaïrus. Maar deze werden opgewekt en stierven opnieuw. De opstanding van Jezus was van een geheel andere orde. Tegen Marta zei Jezus: (Joh. 11:25)
“Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven…”
9 HIJ IS DE GANSE VOLHEID (VERS 19)
“Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken”Kol. 2:2,3
“…het geheimenis Gods mogen kennen, Christus, in wie al de schatten der wijsheid en kennis verborgen zijn.” en - even verder - Kol. 2:9 zegt Paulus het nogmaals:
“want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk; en gij hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht.”
10 HIJ IS DE VERZOENER ALLER DINGEN MET GOD (VERS 20)
“…en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te
verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is.”
Christus heeft op aarde voor verzoening gezorgd (In Rom. 5 staat dat we vijanden van God waren!)
2 Kor. 5:17-19
“Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen. En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft en ons de bediening der verzoening gegeven heeft, welke immers hierin bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen, en dat Hij ons het woord der verzoening heeft toevertrouwd.”
De aardse verzoening maakt volgens Ef. 2:13-16 ook een einde aan de scheiding tussen Jood en niet-Jood
“Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van
Christus. Want Hij is onze vrede, die de twee een heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte,
de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot een nieuwe mens te scheppen,
en de twee, tot een lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij
de vijandschap gedood heeft.”
Maar de verzoening door Jezus bloed is ook een hemelse aangelegenheid!
Hebr. 9:22-24
“En nagenoeg alles wordt volgens de wet met bloed gereinigd, en zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving. Noodzakelijk moesten dus hiermede de afbeeldingen van de hemelse dingen gereinigd worden, maar de hemelse dingen zelf met betere offeranden dan deze. Want Christus is niet binnengegaan in een heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware, maar in de hemel zelf, om thans, ons ten goede, voor het aangezicht Gods te verschijnen…”
Ook wij mogen vertrouwen op deze verheven Heer!
Hij is de Koning, de Verlosser, het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping,
de Schepper en Onderhouder van alle dingen, het Hoofd van het lichaam - zijn gemeente - het begin, de eerstgeborene uit de doden, in Hem woont de ganse volheid Gods lichamelijk en Hij is de Verzoener van alle dingen - op aarde en in de hemel!
“En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden.” (Hand. 4:12)
Amen
Zegenbede Kol 4:12-17
12 Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid,
nederigheid, zachtmoedigheid en geduld.
13 Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo.
14 En doet bij dit alles de liefde aan, als de band der volmaaktheid.
15 En de vrede van Christus, tot welke gij immers in een lichaam geroepen zijt regere in uw harten; en weest dankbaar.
16 Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten.
17 En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem!
AMEN