Spreek!

BIJBELSTUDIES / PREKEN

24.9.00

 
HET HUIS VAN DE POTTENBAKKER

Schriftlezing: Jeremia 18:1-10

Het woord, dat van de Here tot Jeremia kwam: Maak u op, daal af naar het huis van de pottenbakker, en daar zal Ik u mijn woorden doen horen. Toen daalde ik af naar het huis van de pottenbakker, en zie, hij was juist bezig een werkstuk te maken op de schijf. Mislukte de pot die hij bezig was te maken, zoals dat gaat met leem in de hand van de pottenbakker, dan maakte hij daarvan weer een andere pot, zoals het de pottenbakker goed dacht te maken. Toen kwam het woord des Heren tot mij: Zal Ik niet met u kunnen doen zoals deze pottenbakker, huis Israëls? luidt het woord des Heren. Zie, als leem in de hand van de pottenbakker, zo zijt gij in mijn hand, huis Israëls! Het ene ogenblik doe Ik over een volk en een koninkrijk de uitspraak, dat Ik het zal uitrukken, afbreken en verdelgen; Maar bekeert zich dit volk waarover Ik een uitspraak deed, van zijn boosheid, dan zal Ik berouw hebben over het kwaad dat Ik hun dacht aan te doen. Het andere ogenblik doe Ik over een volk en een koninkrijk de uitspraak, dat Ik het zal bouwen en planten; Maar, doet het wat kwaad is in mijn ogen door niet naar mijn stem te horen, dan zal Ik berouw hebben over het goede waarmede Ik had gezegd hun te zullen weldoen.

Aanschouwelijk onderwijs
God wil Jeremia iets laten zien. Belangrijk: Jeremia is bereid om te gaan waar God hem zendt. Hij heeft open oren én open ogen. Eerst moet Jeremia zien wat er gebeurt in het huis van de pottenbakker, daarna moet hij luisteren naar wat God te zeggen heeft. Wij volgen dezelfde volgorde. Drie belangrijke voorbeelden voor ons allemaal: God zendt, Jeremia gaat op pad. God wil iets laten zien, Jeremia observeert aandachtig. God spreekt, Jeremia heeft een open oor.

Wat zien we bij de pottenbakker?
Wij zien een pottenbakker die aan het werk is. De pottenbakker heeft een homp vochtige klei op het wiel. Hij vormt dit materiaal naar zijn eigen inzicht en plan. Waar zit het beeld, het ontwerp? Dat kunnen we niet zien. Het ontwerp zit in het hoofd van de pottenbakker. Het eindresultaat staat hem duidelijk voor ogen. Dat maakt het kijken naar een pottenbakker zo intrigerend. Wat zou het worden? We weten het nog niet...
Lukt het in één keer om het gewenste resultaat te krijgen? Niet altijd. Soms moet de pottenbakker opnieuw beginnen. Frustrerend, maar de pottenbakker geeft niet te snel op. Zijn oplossing is wel radicaal:

4 Mislukte de pot die hij bezig was te maken, zoals dat gaat met leem in de hand van de pottenbakker, dan maakte hij daarvan weer een andere pot, zoals het de pottenbakker goed dacht te maken.

We weten niet welk idee de pottenbakker in zijn hoofd heeft. Maar we weten wél dat de klei waarmee hij werkt kennelijk niet voldoet aan zijn kwaliteitseisen. Mogelijk vond hij een of andere ongerechtigheid in het materiaal. Aan de meesterhand van de pottenbakker ligt het niet; het is de de klei die te wensen overlaat.

Wat kunnen we zeggen over klei?
Klei is ruw materiaal, genomen uit de aarde. Het kan alleen tot iets moois worden in de handen van de pottenbakker. Zo is de mens. Zo zijn wij: kinderen van Adam - door God uit het stof gevormd. Zijn ontwerp wordt uitgevoerd, zijn voornemen wordt gerealiseerd. Zo gaat het al in Genesis 1: 26, 27

“En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis (…) En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.”

De onwillige klei wordt in de handen van de pottenbakker opnieuw gevormd - radicaal tot iets nieuws omgevormd. Allereerst is dat hier - een beeld van het ongehoorzame, onwillige Israël. God wilde dit volk vormen en kneden, maar het verzette zich tegen de hand van de Schepper. Jeremia moet inzien dat God de vrijheid heeft om de klei van het wiel te nemen om radicaal opnieuw te beginnen.

We hebben naar het materiaal, de klei gekeken. Laten we eens kijken naar het gereedschap: a) de handen van de pottenbakker en b) het wiel.

a) de handen van de Pottenbakker.
Het zijn Gods scheppende handen. Krachtige handen, kundige handen. Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik uw woord. Gij zijt goed en goeddoende, leer mij uw inzettingen. Overmoedigen wrijven mij leugens aan, ik houd uw bevelen van ganser harte. Ongevoelig als vet is hun hart, maar ik verlustig mij in uw wet. Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik uw inzettingen zou leren. De wet van uw mond is mij beter dan duizenden stukken goud en zilver. Uw handen hebben mij gemaakt en toebereid, geef mij verstand, opdat ik uw geboden lere. Psalm 119: 67-73
De Psalmist is tot de erkenning gekomen: ‘Uw handen hebben mij gemaakt en toebereid’. Omdat hij de zeggenschap, de volledige soevereiniteit van God erkent, kan hij ook zeggen: het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest. Wat is het doel van deze verdrukking? Geef mij verstand, opdat ik uw geboden lere. Het doel is: onderwijs, ofwel: vorming. De knedende handen van de Schepper hebben ons gevormd. Dezelfde machtige handen kunnen van ons leven iets totaal nieuws maken. Er komt verdrukking en het doet pijn - maar God weet waar Hij aan werkt!
Gods handen zijn sterk. Maar zijn handen zijn ook zacht. Zoals bij klei: de pottenbakker stort water over het klei. Zijn handen kneden niet alleen, zijn handen strelen ook. Soms is kneden nodig, soms is strelen het beste. God weet wat nodig is. Vuistregel: gewillige klei, kan bijna pijnloos gevormd worden. Harde, weerbarstige klei moet soms eerst ineen gedrukt worden en met harde hand opnieuw gevormd worden.

Maar gij, o mens! wie zijt gij, dat gij God zoudt tegenspreken? Zal het geboetseerde soms tot zijn boetseerder zeggen: Waarom hebt gij mij zo gemaakt? Of heeft de pottenbakker niet de vrije beschikking over het leem om uit dezelfde klomp het ene voorwerp te vervaardigen tot eervol, het andere tot alledaags gebruik? Romeinen 9:20, 21

Wanneer je in de juiste verhouding tot de Schepper staat (dus als maaksel tegenover de Maker) dan kan God je op een eervolle manier gebruiken. Het is een wisselwerking tussen Schepper en schepsel. God is soeverein, maar Hij werkt met het materiaal dat wij zijn. Hij vraagt van ons dat wij onszelf volledig uitleveren aan zijn wil. Pas dan kan Hij ons maken tot het beste dat wij kunnen zijn!

b) het ronddraaiende wiel (waarschijnlijk twee ronde stenen in een kuil die met de voet werden rondgedraaid) kan opgevat worden als de tijd en de omstandigheden waarin wij gevormd worden. God drijft het wiel van de tijd aan. Hij bepaalt de snelheid waarmee alles zich rondom ons voltrekt. De gebeurtenissen in ons leven kan God gebruiken om ons te vormen naar zijn wil. Als je je op een ronddraaiend wiel bevindt, waar ben je dan het veiligst? In het middelpunt. Zo moeten wij ook in het centrum van Gods wil blijven - daar kan Hij ons vormen.

Jeremia heeft aandachtig gekeken. De les is duidelijk. Nu moet hij ook luisteren.

Wat zegt God?

a) God zegt dat Hij de volledige vrijheid heeft om ons te maken en te breken. Laten we niet eigenwijs en onwillig zijn. Hij weet als Enige hoe wij gevormd moeten worden. God heeft het recht om van ons te maken wat Hij wil. En Hij oefent dat recht ook uit. Wij zijn klei in Zijn hand. Hij is geen klei in onze hand. Wij worden gemaakt naar Zijn beeld. Wij mogen Hem niet vormen naar ons beeld!
b) God zegt dat Hij van gedachten kan veranderen. Schijnbare tegenstrijdigheid… Kan God van gedachten veranderen? Enerzijds denken wij nu: bij God is geen verandering, Hij is altijd Dezelfde. Ja: Hij is altijd consequent. Wanneer wij doen wat Hij zegt, doet God wat Hij belooft heeft. God kan niet veranderen in de zin dat Hij zich bij nader inzien niet houdt aan zijn beloften. Dat is een onmogelijkheid. Voor God geldt: beloofd is beloofd. Wél in de zin dat God terug kan komen op zijn voornemen. Waarom zou Hij dat niet mogen? Staat het Hem niet volkomen vrij om op een andere manier aan het werk te gaan? De bijbel laat op talloze plaatsen zien dat God dat doet. Wanneer behandelt God ons op een andere manier dan je zou mogen verwachten? Als de mens tot inkeer komt, als hij zich bekeert. Kijk maar naar wat er met Nineve gebeurt in de tijd van Jona. God is een genadig God. Wij accepteren die genade maar al te graag. Maar accepteren wij het ook als Hij besluit om ons van het wiel te halen, ons ineen te drukken en ons volledig te hervormen naar zijn goddelijk ontwerp?

We hebben de zichtbare zaken geanalyseerd. Nu denken we na over het onzichtbare…

Wat is het beeld dat de Pottenbakker voor ogen staat?
In de geschiedenis van de pottenbakker is dit een materieel beeld. De pottenbakker wil een kruik maken. Een vaas of een bord. Het is in ieder geval een stoffelijk werkstuk. Zo wordt er ook over ons lichaam gesproken: aarden vaten. We zijn kinderen van Adam, we zijn genomen uit het stof en we zullen ook weer vergaan tot stof. Maar daar is niet alles mee gezegd! Het beeld dat de Pottenbakker voor ogen staat is een geestelijk beeld. Het eindresultaat zal ook niet zozeer materieel als wel geestelijk zijn. Vergeet niet wat Genesis zegt: we zijn gemaakt naar Gods beeld. En God is geest. Juist door die geestelijke inhoud is de mens een beeld van God; immers: God is Geest (Joh. 4 : 24). De geestelijke les van dit aanschouwelijk onderwijs gaat dieper dan het materiële onderwijs! We zijn wel aarden vaten, maar God heeft ons zijn levensadem, zijn Geest ingeblazen. Dat geldt eens te meer voor schepsels die de Heilige Geest ontvangen hebben.

Het materiële is vergankelijk en onvolkomen door de zondeval. Maar God wil ons volledig nieuw maken. Het lichaam zal afgedaan hebben, God zal ons een nieuw lichaam geven. Dat komt nog! Maar Hij wacht niet met de geestelijke herschepping. Hij heeft ons zijn Zoon gegeven. Hij heeft ons de Vader doen kennen. Wie de Zoon ziet, ziet de Vader. Daar hebben we het Beeld dat God voor ogen staat!

Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping,
Kolossenzen 1:15


Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen…Hebreeën 1:3

We hebben een aardse oorsprong, maar een hemelse bestemming:
Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest. Doch het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke, en daarna het geestelijke. De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. Gelijk de stoffelijke is, zijn ook de stoffelijken, en zoals de hemelse is, zijn ook de hemelsen. En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen. 1 Korintiërs15:44-49
Een levendmakende geest… Dat kun je van God zeggen, dat kun je van Christus zeggen (Hij is God!). Hij wil ons gereed maken voor onze hemelse bestemming. Hij heeft ons zijn Geest gegeven. Wij moeten ons door deze Geest van Christus laten vernieuwen.

Geestelijke vernieuwing:
Maar gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen. Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen, gelijk dit de waarheid is in Jezus, dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar (de wil van) God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid. Efeze 4:20-24

Aan de christenen te Kollosse schrijft Paulus: ‘…daar gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd, en de nieuwe aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper. Kolossenzen 3 : 5-10

Aan de christenen te Rome schrijft Paulus:
‘En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.
Romeinen 12:2


Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen. 2 Kor. 5:17

Collecte, zingen: Heer, ga uw gang, breek mij maar en neem

Zegenbede:

Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!
Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Here is nabij. Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.
Voorts, broeders, al wat waar, al wat waardig, al wat rechtvaardig is, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al wat deugd heet en lof verdient, bedenkt dat; wat u geleerd en overgeleverd is, wat gij van mij gehoord en gezien hebt, breng dat in toepassing en de God des vredes zal met u zijn.
Filippenzen 4:4t/m9


Zingen: Maak mij een beeld van U

Comments: Een reactie posten

<< Home

Archives

This page is powered by Blogger. Isn't yours?