Preek zondag 6 februari 2000 - Exodus 18
Er is maar één ‘Managing Director of the Universe’
Vanmorgen wil ik met u nadenken over een groot leider uit het Oude Testament:
Mozes. Mozes was vooral ‘groot’ omdat hij iemand was die opkwam voor anderen. Zelfs nadat het volk met de verering van het gouden kalf een grote zonde begaan heeft, pleit Mozes voor zijn volksgenoten. Tegenover de Allerhoogste zegt hij:
‘Bedenk toch, dat deze natie uw volk is’ (33:13)
Mozes was een man met een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Die positieve karaktertrek bracht hem in de problemen toen hij het opnam voor een volksgenoot, een Hebreeuwse slaaf, die door een Egyptenaar geslagen werd. In de veronderstelling dat niemand hem kon zien, sloeg Mozes de Egyptenaar dood en verborg hem in het zand. Later bleek dat deze gebeurtenis toch was waargenomen en Mozes moest vluchten voor zijn leven. Hij ging naar het land Midjan. Daar kwam hij bij een bron, waar de zeven dochters van de Midjanietische priester Jetro water kwamen putten. De vrouwen werden door een paar herders weggejaagd. Opnieuw bleek het rechtvaardigheidsgevoel van Mozes: hij kwam op voor de vrouwen en gaf de kudde van Jetro te drinken. Mozes wordt uitgenodigd door Jetro, die hem dankbaar is voor de hulp aan zijn dochters. Jetro is zo dankbaar, dat hij zijn dochter Sippora aan Mozes geeft. Mozes en Sippora krijgen een zoon, Gersom, en Mozes gaat als herder aan het werk voor zijn schoonvader.
Tijdens dit werk kwam hij bij de berg Horeb, waar een Engel des Heren hem toesprak uit een brandende braamstruik. Hij maakt kennis met de God van zijn vader, de God van Abraham, Isaak en Jakob. God heeft de ellende van zijn volk gezien en wil Israël uit de macht van Egypte bevrijden. God roept Mozes. Mozes vindt zichzelf helemaal niet zo geschikt voor deze roeping - hij is immers jaren daarvoor uit Egypte weggevlucht.
‘Wie ben ik, dat ik naar Farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?’ vraagt Mozes aan God. Daarop zei God: ‘Ik ben immers met u!’ (3:11, 12). Mozes stond er niet alleen voor, de God van zijn vaderen zou hem niet alleen laten. Mozes sputtert nog een beetje tegen:
‘Och Here, ik ben geen man van het woord (…) want ik ben zwaar van mond en zwaar van tong’ (4:10) God draagt Mozes toch op om terug te keren naar Egypte. En God komt de zwakheid van Mozes tegemoet - en wel in de persoon van de Leviet Aäron die al door God op weg is gezonden om zijn broer Mozes te ontmoeten.
‘Dan zult gij tot hem spreken en de woorden in zijn mond leggen, en Ik zal zijn met uw mond en zijn mond en Ik zal u leren, wat gij moet doen. Hij zal voor u tot het volk spreken en zo als hij u tot een mond zijn en gij zult hem tot God zijn.’ Mozes zal letterlijk als de plaatsvervanger van God op aarde optreden. Hij krijgt bijzondere krachten en wordt door de Allerhoogste bekwaam gemaakt voor zijn leiderstaak.
Naast zijn sterke karaktertrek -zijn rechtvaardigheidsgevoel - heeft Mozes klaarblijkelijk ook een zwak punt: hij heeft de neiging te vergeten Wie hem bekwaam gemaakt heeft voor zijn leiderstaak. Hij mag optreden als Gods vertegenwoordiger, maar hij moet niet gaan denken dat hij uit eigen kracht en naar eigen inzicht te werk kan gaan. Zijn eigengereidheid zal Mozes later nog opbreken - zozeer zelfs dat hij wel de leider is die het volk uit Egypte voert, maar niet degene die de Hebreeën in het beloofde land zal brengen. Mozes staat hierbij ook symbool voor het oudtestamentische volk van God en voor het Oude Testament als geheel. Overdrachtelijk: de wet brengt je tot aan de Jordaan, maar kan je niet het beloofde land binnen brengen. Niet omdat de wet niet goed is, maar omdat de mens te kort schiet. Het zijn de zwakke eigenschappen die ons beletten om Gods rust in te gaan: ongeloof, eigenwijsheid, ontrouw en zelfoverschatting.
In een vorige preek heb ik u verteld over Jozua. Hij was de nieuwe leider die het volk wel aan de andere kant van de Jordaan brengt. Ik heb u er op gewezen dat deze ‘tweede doortocht’ bol staat van de symboliek - of van profetie, beter gezegd. Zoals Jozua wel in staat bleek om de Jordaan - het symbool van de dood - over te steken, zo bleek Jeshua (Jezus) wel in staat om zijn volk veilig in de rust te brengen.
Vanmorgen willen we stilstaan bij
hoofdstuk 18 van Exodus. In de tijd moet u dit hoofdstuk plaatsen tussen de Exodus - de uittocht uit Egypte - en de Tien Geboden (hoofdstuk 20).
Mozes heeft - dankzij de leiding van JHWH - het volk uitgeleid. Jetro, de priester van Midjan, de schoonvader van Mozes komt na de overwinning op Amalek met Sippora en de zonen van Mozes Gersom (‘een vreemdeling in een vreemd land’) en Eliëzer (‘de God van mijn vader is mijn hulp geweest’). In de naamgeving van beide zonen heeft Mozes iets van zijn eigen levensgeschiedenis vastgelegd. Sippora en haar zonen hebben tijdens de strijd een veilig heenkomen gezocht bij Jetro. Nu is de overwinning binnen en kan het gezin worden herenigd.
De blik van een buitenstaander
Mozes ontmoet Jetro, zijn schoonvader, een priester uit Midjan. In Exodus 18 gaat het om twee verhalen waarbij Jetro de heldere blik van een buitenstaander heeft.
Jetro verheugde zich over al het goede dat de Here aan Israël gedaan had (vers 9). Dit is een sleutelvers bij het vergelijken van de twee observaties van de schoonvader in dit hoofdstuk. De gedachte komt al naar voren in vers 1 en in vers 9. Jetro ziet wat God gedaan heeft voor zijn volk - dat is het eerste verhaal. Jetro ziet ook wat Mozes doet voor het volk - dat is het tweede verhaal (vers 14).
Jetro was een goede waarnemer. Hij was ook een man met belangstelling voor de ander. Vers 7: zij vroegen naar elkanders welstand. Niet uit beleefdheid: ‘hoe gaat het?’, maar oprecht belangstellend. Mozes heeft duidelijk een goede verstandhouding met zijn schoonvader. Wat zijn dit soort relaties belangrijk voor een mens! Iemand die oprecht belangstelling voor je heeft, iemand die naar jou omziet.
Voor Mozes is dit een goede gelegenheid om zijn schoonvader te vertellen van het werk dat de Heer gedaan heeft. Voor ons: maak gebruik van de gelegenheid om onomwonden te getuigen van Gods leiding in ons leven. Moeten we dan alleen over de geestelijke hoogtepunten vertellen? Moeten we de indruk geven dat altijd alles voor de wind gaat? Of mogen we eerlijk zijn tegenover mensen als Jetro?
Mozes vertelt Jetro over
“alle moeiten die hen onderweg getroffen hadden” (9). Hij maakt het verhaal niet mooier dan het is. Hij vergeet er niet bij te melden dat “de Here hen (uit deze moeiten) had gered”. “alle moeiten” (vers 8) worden ruimschoots gecompenseerd door “al het goede” (vers 9). Mozes is eerlijk. Zijn boodschap aan Jetro is duidelijk: “Het leven is zwaar, maar God is goed.” Wat een geloofwaardig getuigenis! Doet u moeite om mensen de indruk te geven dat er helemaal geen moeilijkheden in uw leven zijn? Denkt u dat u een beter beeld van God geeft door te doen alsof gelovigen altijd in een hallelujastemming verkeren? Of kunt u mensen in een hallelujastemming brengen door ze te vertellen hoe God u door moeiten en zorgen heeft geleid?
Mozes doet dit en Jetro brengt in een hallelujastemming (vers 9 t/m 11). Jetro is door het getuigenis van Mozes tot het inzicht gekomen dat de God van Israël groter is dan alle goden (11). Hij weet wie hij eer moet brengen voor al het goede in het leven. In vers 12 lezen we hoe hij offers brengt voor God en hoe de familie samen een maaltijd houdt. Mozes was gezegd met goede mensen om zich heen! Wat geweldig wanneer anderen zo met je meeleven! Heeft u Jetro’s in uw leven? Bent u God dankbaar voor dit soort mensen?
Wanneer mensen zien wat God in ons leven gedaan heeft, dan kan dit hen tot het inzicht brengen dat onze God machtig en goed is. Het kan ze op de knieën brengen. Het kan onze band versterken en leiden tot gemeenschap - waarvan de gezamenlijke maaltijd uit vers 12 het beeld is.
De Heer heeft ons niet letterlijk uit Egypte geleid. Maar Hij heeft ons wel uit slavernij bevrijd:
“Dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn” (Romeinen 6:6). Nu en dan brengt God een Jetro op onze weg, iemand die oog heeft voor ons en iemand die een goed waarnemer is. Wanneer wij in deze relatie ‘transparant’ zijn, dan kan dit mensen tot geloof in onze machtige Heer brengen. En deze mensen, deze Jetro-types, kunnen ook voor ons van grote betekenis zijn. We hebben mensen nodig die onder de indruk zijn van God, maar niet onder de indruk van ons. Dit zijn de intieme vrienden die ons de waarheid kunnen vertellen. Ze zijn buitenstaander genoeg om te zien wat ‘fout’ gaat en ze zijn vriend genoeg om je van harte lief te hebben en goede raad te geven. Bij Jetro is het niet anders. Wij hebben behoefte aan Jetro’s, maar wij kunnen ook zelf een Jetro zijn voor anderen. Informeer naar de welstand, met oprechte belangstelling. Prijs God voor het goede wat hij in het leven van anderen doet. Observeer liefdevol en corrigeer tactvol.
Kunt u tegen kritiek? Kunt u goed kritiek geven? Met kritiek is niets mis. (‘Ik bedoel dit niet als kritiek hoor, maar…’). Jetro is heel direct in zijn kritiek. Hij heeft al het goede gezien wat God gedaan heeft voor zijn volk. Maar hij neemt ook iets anders waar. En hetgeen hij waarneemt is niet goed. En dat zegt hij ronduit tegen zijn schoonzoon. “Het is niet goed, wat gij doet. Gij raakt geheel uitgeput, gij zowel als dit volk dat met u is; want dit is te zwaar voor u, gij kunt het alleen niet doen. Luister nu naar mij, ik zal u raad geven en God zal met u zijn.”
Mozes is van de morgen tot de avond in de weer (14). Hij vergt veel van zichzelf qua tijd en energie. Maar hij vergt ook veel van zijn volk. Omdat Mozes denkt dat hij alle conflicten alleen moet oplossen, is er een enorme wachtlijst ontstaan bij Justitie… Er komt geen eind aan de rij. Zet twee mensen bij elkaar en je hebt een meningsverschil. Zet er nog iemand bij en je hebt een onoplosbaar conflict. Dat is de menselijke natuur. Voorbeelden kunt u in uw eigen omgeving waarnemen.
Het verband tussen de beide geschiedenissen uit dit hoofdstuk (de scheiding ligt tussen vers 12 en 13) is de persoon Jetro en zijn waarneming als ‘betrokken buitenstaander’. Hij ziet wat God doet en hij ziet wat Mozes doet. Mozes heeft zichzelf in de positie van God gesteld. Hij schijnt te denken dat hij ‘Managing Director of the Universe’ is. Jetro is enthousiast over alles wat God voor zijn volk gedaan heeft, maar hij staat niet te springen over hetgeen Mozes doet. Wat jij doet is niet goed. Je put jezelf uit omdat je denkt dat alles van jou afhangt - en niet van God.
Kennelijk is Mozes niet op het idee gekomen dat hij dit werk voor een belangrijk deel zou kunnen overlaten aan anderen (‘delegeren’ heet dat in de managementstaal van vandaag). Niemand heeft het aangedurfd om Mozes deze suggestie aan de hand te doen - of men is er allemaal aan gewend geraakt dat de grote leider over alle futiliteiten een uitspraak moet doen. Bent u ook zo apathisch? Loopt u ook met elk wissewasje naar de mensen die boven u gesteld zijn? Heeft u er wel eens over gedacht om zelf eenvoudige zaken op te lossen?
Het is opvallend dat er een buitenstaander moet komen die deze - voor de hand liggende - conclusie moet trekken. Hoeveel van onze geestelijke leiders lopen tegen hun eigen tekortkomingen aan? Zijn ze hier zelf debet aan? Denken ze misschien dat zij als enige geschikt zijn om oplossingen aan te dragen? Of zijn wij er allemaal schuld aan doordat wij te veel, te zwaar en te automatisch zijn gaan leunen op de capaciteiten en inzichten van onze leiders?
Jetro komt met logische vragen: Waarom probeer jij alles helemaal alleen te doen? Waarom put je jezelf en anderen zo uit? Wie vraagt dit eigenlijk van jou? Het antwoord van Mozes is: omdat het volk dit van mij vraagt. Mozes is de deskundige geworden. Hij is de man die het allemaal weet. Hij is degene die het contact met God onderhoudt. Gaan wij ook zo met elkaar om? Denken wij soms ook dat wij de ‘experts’ zijn die alles alleen op moeten lossen? Of: denken wij dat we onze geestelijke leiders met alles moeten lastigvallen?
Wij lopen vaak in dezelfde val: a) we leunen te veel op deskundigen en b) we hebben te weinig oog voor de werking en het ‘probleemoplossend vermogen’ van het lichaam van Christus, zijn gemeente. Wanneer wij elkaar tot een hand en een voet zijn, wanneer wij elkaar niet om het minste of geringste ter verantwoording roepen, dan kunnen veel zaken opgelost worden vóórdat zij tot conflicten uitgroeien. Neemt u tijd voor het opbouwen van vriendschapsrelaties met broeders en zusters? Zorgt u ervoor dat u elkaar van dienst kunt zijn, zodat u anderen ontziet bij het vele, zware en tijdrovende werk?
Waarom geeft Mozes eigenlijk toe aan alles wat het volk van hem vraagt? Mozes is in een typische leidersval gelopen: hij denkt dat hij de enige is die dit werk goed kan doen. Komt het u bekend voor? Wij zijn de enige die het perfect kunnen doen en daarom laten we geen taken over aan anderen. Wie is er Perfect onder u? Er zijn mensen die dit ‘perfect’ zijn zelfs met een bijbeltekst kunnen verdedigen. Matteüs 5:48 ‘Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is’. Maar: niemand is goed, dan God alleen. Deze tekst kan zeker niet bedoeld zijn om ons te laten geloven dat wij alles in eigen kracht kunnen doen. We zijn afhankelijk van de genade en wijsheid van God - dit zal onze tekortkomingen aanvullen, zodat wij volmaakt zullen zijn. Deze tekst heeft betrekking op onze positie (in Jezus zijn wij volmaakt), niet op onze daden!
Wanneer wij denken dat we ‘perfect’ zijn, dan is dat afgoderij. We stellen onszelf in de positie van God. Maar wij kunnen nooit op dezelfde, volmaakte wijze oordelen en handelen. Wij zijn ongeschikt voor de taak van ‘Managing Director of the Universe’. Er is er maar Eén die deze job volmaakt vervullen kan! Soms denken leiders dat ze geen (deel)taken aan anderen over kunnen laten. Dat is hoogmoed en het is de oorzaak van heel wat gestresste, overspannen leiders. Ook (vooral?) vandaag! De boodschap van Jetro klinkt door de eeuwen heen. Het is het goede advies van een vriend. Het is de frisse blik van een betrokken buitenstaander. Vandaag de dag zouden de woorden van Jetro (vers 17 en 18) aan al die overspannen leidersfiguren ongeveer zo klinken: “Het is niet goed, wat je doet. Je raakt geheel uitgeput, jij zowel als alle mensen waar je leiding aan moet geven. Dit is te zwaar voor je, je kunt het niet alleen doen.”
Jetro geeft niet alleen kritiek. Kritiek is nuttig, maar goed advies is nog nuttiger. En Jetro geeft goed advies. Zijn eerste goede adviezen vinden we terug in de verzen 19 t/m 22
1. Luister naar mij, ik zal u raad geven (sla de welgemeende adviezen van eigentijdse Jetro’s niet in de wind!)
2. God zal met u zijn (oef! Dat is een geruststelling! Mozes had het vergeten: ‘Ik ben immers met u!’ - 3:11, 12).
3. Vertegenwoordig gij het volk bij God (dat is voorbede: breng het bij God, ga er niet zelf mee lopen leuren)
4. Voorts moet gij hun de inzettingen en de wetten Gods inscherpen, en hun de weg bekend maken, die zij te gaan, en het werk dat zij te volbrengen hebben (mensen hebben leiding en voorbede nodig, maar ze hoeven niet onmondig en 100% afhankelijk van leiders te blijven - goede spelers kunnen bekwame trainers worden, maar dan moet je ze wel de ruimte geven!)
5. Zie om naar flinke, godvrezende, betrouwbare mannen, die winstbejag haten. (Dat zou een aardige opsomming zijn voor managementstaken vandaag de dag. INTEGRITEIT. Hadden wij allemaal maar zulke bazen, zulke geestelijke leiders en zulke overheden boven ons!). Opvallend: karakter is belangrijker dan vaardigheden. Vaardigheden kun je leren, je karakter neem je mee… (Liever een onhandige maar oprechte, betrouwbare leider, dan een handige, slinkse, onbetrouwbare leider. Die handigheid kan ook verkeerd gebruikt worden!)
6. Stel oversten aan (duizend, honderd, vijftig en tien). Een bekend principe: ‘span of attention’, aan hoeveel mensen kun je effectief leiding geven? De groep moet niet te groot zijn, vanwege de persoonlijke communicatie en vanwege de kennis van vaardigheden / kwaliteiten. Jetro zou vandaag tegen de leiders zeggen: delegeer de taken en beperk je tot de hoofdzaken.
Jetro zegt tegen Mozes: als God zo groot is, dan hoef jij jezelf niet af te beulen om alles alleen te doen. God zal zelf voorzien. Je hoeft niet dag en nacht te zwoegen. a) Er is niemand die dat van je kan vragen en b) op den duur keert het keert zich tegen je. Veel zaken zijn helemaal niet zo dringend als het lijkt. Stel prioriteiten. God zal zelf onze zwakheden en tekortkomingen compenseren - maak je niet zo druk. Als Hij onze tekortkomingen compenseert, dan zal hij ook de tekortkomingen van anderen compenseren. Vertrouw Hem maar!
Mozes krijgt hier een belangrijke les. Wij mogen er ook iets van leren. Je kunt het niet allemaal alleen en dat vraagt ook niemand van je. Je bewijst er niemand een dienst mee! Laat los en vertouw. Neem de woorden van Jetro ter harte: JE KUNT HET NIET ALLEEN (vers 18). Ook wij hebben hulp nodig. Dat is geen teken van zwakte, maar het is verstandig en realistisch. Alleen God heeft geen hulp nodig - en wij zijn God niet. Geef het maar toe. Mozes hangt aan de verantwoordelijkheid. Loslaten heeft drie belangrijke voordelen:
a) Het is maakt het leven van een leider eenvoudiger, omdat hij zich niet met elk detail hoeft te bemoeien;
b) Gedeelde verantwoording is verrijkend voor iedereen. Mensen blijken vaak over onvermoede kwaliteiten te beschikken (als je maar naar mensen met de juiste karaktertrekken - integriteit - zoekt en als je ze maar een kans geeft om zich te ontwikkelen - om fouten te maken);
c) Voor de mensen die leiding ontvangen is het veel beter wanneer zij binnen kleine teams functioneren.
In vers 24 lezen we dat Mozes de goede raad van Jetro aanneemt. Ik moet denken aan een tekstregel uit een liedje: ‘It’s O so nice, to get advice, it’s o so hard to do…’ (het is heerlijk om advies te krijgen, het is verschrikkelijk moeilijk om advies in praktijk te brengen). Alle goede raad is vergeefs gegeven, wanneer zij niet opgevolgd wordt. Dat is het moeilijkste deel! Kritiek accepteren van iemand die het beste met je voorheeft - dat lukt ons nog wel. Maar onze hardnekkige gewoontes af te zweren, zaken los te laten en uit handen te geven… dat is een ander verhaal!
Trots, perfectionisme, hang naar macht, behoefte aan controle... het staat verandering in de weg. Maar het loont de moeite: je maakt het leven makkelijker voor jezelf en aangenamer voor anderen!
Gebed
Samenzang en collecte: Opwekking 249 (Samen op weg gaan)
Zegenbede (uit Numeri 6 : 24 - 26)
“De Here zegene u en behoede u; de Here doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig; de Here verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede.” Amen.